Bloednerveus

door Marilou de Poorter

Het weekend voor ik een dagje mag komen meedraaien bij mijn potentiële werkgever, krijg ik spontaan een bloedneus. Ik krijg nooit een bloedneus. Tenminste niet zolang ik me kan heugen. Bovendien vind ik ‘spontaan’ niet bij mij passen. Maar ik kon er toch echt niet omheen: help, ik bloed, zomaar. Deze zondagmiddagsurprise leverde me twee vuurrood bevlekte proppen keukenpapier op. Plus een deuk in mijn zelfvertrouwen. Zou dit me straks onder werktijd ook gebeuren? En slaat de hiv-angst er dan alsnog toe?

De volgende dag ben ik het hele incidentje alweer vergeten wanneer ik me, in de hectiek van de ochtendspits thuis, aan iets onschuldigs stoot. Het doet geen pijn. Maar het bloedt wel. En om lelijke vlekken te voorkomen kan er beter meteen een pleister op. Pleisters heb ik bijna nooit nodig. Wel standaard in huis. Zelfs binnen handbereik. Aangezien de keukenlades pas nog zijn schoongemaakt, weet ik het doosje zonder rommelen en graaien in één handbeweging te vinden. Het zijn waterafstotende fantasiepleisters en ik kies een voorgeknipt maatje dat ruim overlapt. Er staat een knaloranje aapje op. En je ziet nog net een halve slang in het gras kronkelen. Het doet me denken aan het logo van de Hiv Vereniging. Op mijn boodschappenlijstje schrijf ik dat ik andere pleisters moet kopen. Huidkleurige. Neutrale.

Bij de drogist had ik meteen ook maar de handcrème uit de aanbieding meegenomen. Gezien mijn poetsdrang van de laatste tijd een verantwoorde investering. De combinatie van met glycerine verrijkte handbalsem en een verse, neutrale wondpleister, bleek alleen niet zo handig. Want ’s avonds, tijdens de training van zelfverdedigingsles voor dames, lag het ding al na de eerste serie stoten op de vloer onopvallend te wezen. Instructeur Roberto-met-de-enorme-torso had kennelijk niets met EHBO. De rest van de les heb ik alle oefeningen daarom alleen met links uitgevoerd. En heb ik me alleen nog in kniestoten en kruistrappen echt uitgeleefd. Daar heb ik nu nog een pijnlijke wreef van, maar bloed heb ik sindsdien nergens meer gezien.

Of het moet het bloed van die stalkende mug geweest zijn die ik gisteren, nijdig door het onophoudelijke gezoem om mijn hoofd, in een reflex doodmepte.  Geen idee waar de levensmoede mug zich eerder wel had weten vol te zuigen – misschien zelfs bij meer dan één donor, zoiets weet je maar nooit. Maar noch het antwoord, noch de vraag is hier relevant. Want van een mug kun je geen hiv krijgen. Dat weet iedereen. En van mijn losgeraakte vieze pleister net zo min. Zelfs met de beste wil van de wereld nog niet. Een bloedneus zou je me vanwege de heel hardnekkige vlekken die het achterlaat, liever niet slaan. Maar hé, sinds die weerbaarheidstraining kun je er maar beter gewoon voor zorgen dat ik jou niet spontaan een bloedneus bezorg.

About The Author

redactie PVBlog

weblog door en voor vrouwen met hiv

Other posts by

Author his web site

22

05 2011

Your Comment