Posts Tagged ‘hiv en werk’

Vooroordelen

door Alie

fantasy-1474384_640Toen ik werd gevraagd een presentatie over stigma voor te bereiden voor een training om voorlichtingen te gaan geven namens de Hiv Vereniging, schoten meteen meerdere dingen door mijn hoofd. Alles wat ik de laatste 2 jaar heb meegemaakt kwam in razend tempo voorbij.  En ik vond het lastig om al die dingen in één richting te sturen, dus ik heb van die beelden deze opsomming gemaakt, om het voor mezelf helder voor ogen te krijgen. Over mijn zoon, zijn school, mijn dochter, mijn familie, mijn voormalige werk en het dorp waar ik woon.

Als ik dan nu weer naar deze opsomming kijk, gaat het nergens over hiv en mijzelf. Mijn eigen verhaal komt nog wel een keer.

Het woord stigma, ik moet eerst nadenken over wat dat voor mij betekent. Vooroordeel.

Er zitten meer kanten aan een verhaal. En dat is ook zo met vooroordelen. Vooroordelen kunnen anderen over jou (en je hiv) hebben, maar je kunt zelf ook vooroordelen hebben. De ervaringen die ik met een aantal mensen heb gehad nadat bij mij de hiv-diagnose was gesteld, zorgen ervoor dat ik ook zo mijn vooroordelen heb. Naar hen toe, naar andere mensen.

Voordat ik überhaupt met mensen spreek, bedenk ik alvast of ik mijn medische dingen vertel, en bereid me voor op hoe iemand kan gaan reageren. Maar ook van mensen die al op de el hoogte zijn van mijn hiv, weeg ik af of ze positief dan wel negatief gaan reageren. Op basis van wat ik zelf heb meegemaakt, vertel ik de een wel over mijn hiv en de ander niet. Zeker ook bij mensen die op de hoogte zijn en die in het verleden negatief naar mij gedaan hebben, ga ik er al vanuit dat zij nu nog steeds liever met een boog om mij heen lopen. Terwijl dat soms echt niet terecht is. Mijn idee over hoe anderen over mij denken en hoe zij op mij reageren, is dus ook niet altijd juist. Ook ik heb zo mijn vooroordelen. Wat ik denk dat jij bedoelt of wat jij werkelijk bedoelt, dat hoeft helemaal niet hetzelfde te zijn.

Van een aantal mensen denk ik, dat zij na mijn vertrek bij mijn vorige werkgever, de kopjes vervangen hebben, en mijn werkkleding verbrand, maar of dat ook echt zo is..? Of dat zij er nu nog steeds zo over denken of dat het puur is hoe ik zelf denk dat zij over mij denken. Snap je me nog? Dat is en blijft lastig. Ook nu ik daar al een jaar niet meer werk, blijft het mij nog steeds beïnvloeden. Ik heb er last van, vind het moeilijk contact te leggen met nieuwe mensen. Ik heb ontzettend veel moeite om mijn zelfvertrouwen terug te krijgen.

De internist gaf mij stapels flyers en boekjes mee over hiv en over de Hiv-Vereniging. Een daarvan was van het Marieke Bevelanderhuis. Via hun telefoonnummer kwam ik in contact met de besloten vrouwengroep Ladies Loving Life op internet. Mijn eerste contact met andere mensen met hiv was gelegd en het voelde als thuiskomen. Een warm bad.

In 2014 heb ik samen met mijn zus deelgenomen aan de workshopreeks Positief Leven. Mijn zus mocht bij uitzondering meedoen, ondanks dat ze hiv-negatief is. Het was voor mij, mijn zus en de mensen in de workshopreeks een heel nieuwe ervaring. Ineens was ik niet de enige met hiv in een groep, maar mijn zus de enige zonder hiv! En dat wij twee hetero omaatjes van rond de 40 zijn, is natuurlijk ook geen alledaags verschijnsel in zo’n workshop. Er ging een wereld voor ons open.
Na afloop ben ik mij alleen maar meer gaan verdiepen in hiv, de vereniging en het taboe op hiv dat nog zo aanwezig is in Nederland. Ik ben nog steeds niet uitgeleerd. En daarom heb ik me ook opgegeven voor een training bij de Hiv Vereniging.

23

06 2016

Gezonde grenzen stellen & bewaken

door Pauline

purse-758770_640Dit nieuwe jaar begon voor mij op een hele positieve manier, vooral na het loslaten van dingen die niet meer passend voelden. Met duidelijkheid over wat ik juist wél in mijn leven wil, heb ik me gericht op nieuwe doelstellingen. Ik was klaar met het moeten rondkomen op bijstandsniveau, én ontevreden over de invulling van mijn dag- en weekindeling. Zoveel interesses en talenten die onbenut werden, het roer moest om!

Volle agenda
Afgelopen jaar heb ik me alleen vrijwilligerswerk verricht, maar dat betaalt mijn rekeningen niet. De laatste maanden heb ik diverse mensen gevraagd of zij niet toevallig een baantje wisten, en warempel: ik bleek opeens overal aan de slag te kunnen. Niks vast, allerlei oproep en inval jobjes, zoals catering klussen, foto-shoots, chauffeuren voor een revaliderende vriendin en verkopen in een winkel. Daarnaast deed ik nog een aantal interviews en presentaties, die net zoals vrijwilligerswerk geen geld opleverden, maar waardoor mijn agenda wel overvol raakte.

Niet de eerste keer
Van teveel tijd om handen liep ik bijna over door de drukte. Ik heb me door mijn enthousiasme te ver laten meevoeren. Geen onbekend terrein voor mij, dit is niet de eerste keer. Telkens komt het neer op het leren stellen en bewaken van mijn grenzen. Best makkelijk gezegd, maar niet altijd even makkelijk uitvoerbaar.

Doe ik wel
Was het maar zo dat ik zelf precies kon bepalen en aangeven wat ik wil en wat ik kan. Ik heb zo lang geen geld verdiend, dat alle beetjes meer dan welkom zijn. Dus heb ik op bijna alles ja gezegd. Doe ik wel, wil ik wel, kan ik wel…? Dus niet. Een catering klus van 14uur kost me dagen om te herstellen. Even ingewerkt worden in twee winkels met tig handelingen per dag, alles manueel (voorraad, kas, omzetten), is slopend. Zeker als je elke dag een andere baan uitvoert en continu moet switchen. Ik werk ook op het Servicepunt van de HVN en daar geven ze al aan dat je een half tot heel jaar voor inwerking nodig hebt.

Over mijn grenzen
Dit alles probeerde ik in slechts 4 weken tijd te combineren. Resultaat: flink over mijn grenzen gegaan! Eigen schuld dikke bult 🙁 Wanneer leer ik het nou eindelijk eens – mijn enthousiasme zien te beheersen? Ik heb het wel steeds sneller door. En zie ook hoe ik (onbewust?) voor mijn eigen falen heb gekozen. Hierop heel lief geattendeerd door een dierbare vriendin.

Mijn eigen woorden
Terugkomend op mijn eigen woorden in mijn vorige blog: ik hou van mezelf, dus ik ga niet meer mee in mijn zelfdestructieve gedrag. Ik laat oude patronen los en geloof dat ik mijn eigen geluk kan realiseren. Ik zal veel strenger moeten zijn in het stellen en bewaken van mijn grenzen. Alles komt goed!

23

02 2016

Werknemers met hiv moeten sterk in schoenen staan

door Marilou de Poorter

Afgelopen donderdag vond in de Rode Hoed in Amsterdam de presentatie plaats van de Multidisciplinaire Richtlijn Hiv en Arbeid. De aanbevelingen in deze richtlijn zijn gebaseerd op wetenschappelijk bewijs, dat uitvoerig is teruggekoppeld naar de praktijk van relevante zorgverleners en hun achterban. Dat de richtlijn evidenced based is, maakt hem, net zoals het Zwitserse standpunt dat op het intieme vlak al deed, een betrouwbare steun in de rug voor aan het arbeidsproces deelnemende en actief werkzoekende mensen met hiv. Konden we voorjaar 2009 al met een gerust geweten onder bepaalde omstandigheden het condoom tijdens seksuele activiteit achterwege laten, anno 2012 is het met de door de expertisegroep Hiv en Arbeid tot stand gekomen richtlijn in de hand al bijna even ontspannen geworden om te solliciteren, te werken en op promotie te azen. Althans, de benodigde wetenschappelijke grondbeginselen hiertoe zijn in kaart gebracht en kunnen het zelfvertrouwen van zich kwetsbaar voelende hiv+ers een zeer waardevolle boost geven.

Dat bijna alle sprekers op het begeleidende symposium spraken ‘over’ mensen met hiv en soms ook over hun cliënten of hun patiënten, vond ik niet zozeer storend – zo gaat dat nou eenmaal op seminars, congressen en symposia rondom hiv – maar maakte wel dat ik enigszins ongemakkelijk op mijn stoel ging zitten schuiven. Alsof ik onverhoopt een verkeerde zaal was binnengestapt en straks zou kunnen worden ontmaskerd als spionne. In een grijs verleden is praten ‘over’ doelgroepen die ik wilde helpen mij grondig afgeleerd. Het was in die socialistische tijd van jeugdig idealisme not done je als weldoenende hulpverlener op te stellen. Tegenwoordig is het in Hiv-land not done om het nog steeds over AIDS te hebben – althans, zolang het de Nederlandse situatie betreft. Dat verboden woord is die bewuste symposiummiddag welgeteld één keer gevallen. Maar dat was, net als het spontaan eruitgeflapte etiket ‘ouderwets’, betreffende mijn subjectieve beleving als deelnemend doelgroeper, vast een menselijke verspreking. Na het taboewoord voor hiv had er wat gemompel geklonken in de zaal, gevolgd door onderdrukt gegniffel – het betrof een vergissing van een spreekbuis van het UWV, dat verklaarde kennelijk genoeg. Ook als medemens zonder hiv moet je, om standvastig op je stoel te kunnen blijven zitten, gewoon wat eelt op je ziel ontwikkelen.

Wat ongetwijfeld geen verspreking is geweest maar waarvan het not done-gehalte bijna voelbaar in de zaal bleef hangen, was een opmerking van een mede doelgroeper en tevens panellid, over zijn persoonlijke praktijkervaring als sociaal betrokken werkgever. De ondernemende hiv+er zou het geen enkel klein- tot middelgroot bedrijf aanraden zich, uit welwillendheid, het risico van de financiële zwaarte van een chronisch zieke werknemer met het rugzakje van mogelijk langdurig ziekteverzuim op de hals te halen. Dit idealisme was niet realistisch, want niet gezond voor je kwetsbare bedrijf. De harde werkelijkheid is iets waarmee we het anno 2012 toch ook heus zullen moeten doen.

De Multidisciplinaire Richtlijn Hiv en Arbeid blijft in ontwikkeling. In samenwerking met de HVN komt er binnenkort ook een zelfzorgversie uit. Voor wie daar niet op kan wachten, hier alvast koppelingen naar de samenvatting plus de integrale richtlijn.

04

04 2012

Zonder condoom

door Marilou de Poorter

Ondertussen begin ik toch wat te twijfelen. Vraag ik me af of het wel standaard bij de sollicitatieprocedure hoort een werknemer voorafgaand aan een kennismakingsgesprek te googelen. Dat ik zelf nou die gewoonte heb wanneer ik wil weten wat voor vlees ik in de kuip heb, of – achteraf – welke vis ik dit keer aan de haak heb geslagen. En dat een bijdetijdse meid als Stine Jensen (38, literatuurwetenschapper / filosoof en auteur van ‘Echte vrienden’) oprecht meent dat googelen bij de noodzakelijke research hoort. Maar dat wil nog niet zeggen dat een middelgroot bedrijf in voedingsmiddelen met meer dan 50 werknemers, er ‘natuurlijk’ dezelfde gewoonte op nahoudt als wij. Want als ik het NIPO rapport over hiv op de werkvloer dat vorige maand werd gepubliceerd moet geloven, heeft één op de acht leidinggevenden er moeite mee om iemand met hiv aan te nemen. En ziet bijna de helft bovendien liever niet, dat iemand met hiv in de kantine werkt. Zodat ik me nu ernstig afvraag of ik met mijn recentelijk verworven bijbaantje op de brood- en kaasafdeling, dan soms op een positieve manier nog een keer de jackpot heb gewonnen.

Ook de gemiddelde consument van goederen en diensten en de gemiddelde collega, is kennelijk van mening dat een hiv-plusser bij een sollicitatie niet dezelfde rechten en plichten heeft als zij. Aldus de ijskoude cijferdouche. Recht op privacy zou bij iemand met hiv blijkbaar moeten vervallen en meldingsplicht – van je hiv – juist worden ingevoerd. Terwijl ongeveer hetzelfde percentage Nederlanders van mening is dat iemand die hiv-postief is getest, beter geen beroep kan uitoefenen waarin fysiek contact plaatsvindt. Dat is tenminste wat ik na vluchtige lezing uit het 15 pagina’s omvattende rapport opmaakte. Vluchtig, want ik heb nog meer te doen naast mijn baantje. Maar aangezien de gemiddelde Nederlander – bijna de helft van mijn medewerknemers en ongelooflijk veel werkgevers incluis – de updates over hiv-overdracht en andere actuele hiv-informatie in tijdschriften, brochures en dagbladen, afgaande op de recentelijke bevindingen van het NIPO óók alleen maar vluchtig door lijken te nemen, drukt die gemakzucht van mij, niet al te zwaar op m’n geweten. Dat mijn praktijkervaring de gevonden percentages tegenspreekt, maakt me daarentegen wel wat onzeker. Want sinds ik ‘Hiv op de werkvloer’ onder ogen kreeg knagen er toch twijfels aan mijn nochtans solide basis van zelfvertrouwen.

Misschien ben ik alleen maar aangenomen omdat mijn hiv-status niet tot in het directiekantoor was doorgedrongen. Ben ik weliswaar standaard gegoogeld, maar is automatisch aangenomen dat mijn vrijwilligerswerk voor de HVN altijd geheel belangeloos is geweest. Aangezien ik overduidelijk niet tot één van de bekende risicogroepen hoor. Omdat ik er veel te gezond uitzie – en te gewoontjes. Misschien word ik op mijn leeftijd wel geacht niet meer aan seks te daoen – laat staat aan seks zonder condoom. Die hele standaardvraag naar mogelijk op handen zijnde gezinsuitbreiding is me tenslotte ook nooit gesteld. Niet door mijn huidige werkgever en niet tijdens twee eerdere sollicitatiegesprekken. Wellicht is dit wel de hele clou van ieder sollicitatieverhaal: een werknemer die zich niet (meer) voortplant, neemt ook geen risico om hiv op te lopen! Afgaande op de nuchtere cijfers in dit toonaangevende onderzoek – en de financiële crisis daarbij meewegend – toch best een heel wel mogelijke gedachtegang. Want een mens kan in tijden als deze maar niet voorzichtig genoeg zijn.

Inmiddels heb ik de welkomstbrief van mijn allereerste pensioenregeling bij de post aangetroffen. Ook dit document heb ik alleen maar even snel doorgebladerd. Harde cijfers ben ik er nergens in tegengekomen, maar veel zal dat pensioentje van mij echt niet voorstellen. Eerder iets symbolisch. Want eens komt er een dag, dat ik net als ieder ander, heel gewoon, relaxt met pensioen ga.

07

06 2011

Bloednerveus

door Marilou de Poorter

Het weekend voor ik een dagje mag komen meedraaien bij mijn potentiële werkgever, krijg ik spontaan een bloedneus. Ik krijg nooit een bloedneus. Tenminste niet zolang ik me kan heugen. Bovendien vind ik ‘spontaan’ niet bij mij passen. Maar ik kon er toch echt niet omheen: help, ik bloed, zomaar. Deze zondagmiddagsurprise leverde me twee vuurrood bevlekte proppen keukenpapier op. Plus een deuk in mijn zelfvertrouwen. Zou dit me straks onder werktijd ook gebeuren? En slaat de hiv-angst er dan alsnog toe?

De volgende dag ben ik het hele incidentje alweer vergeten wanneer ik me, in de hectiek van de ochtendspits thuis, aan iets onschuldigs stoot. Het doet geen pijn. Maar het bloedt wel. En om lelijke vlekken te voorkomen kan er beter meteen een pleister op. Pleisters heb ik bijna nooit nodig. Wel standaard in huis. Zelfs binnen handbereik. Aangezien de keukenlades pas nog zijn schoongemaakt, weet ik het doosje zonder rommelen en graaien in één handbeweging te vinden. Het zijn waterafstotende fantasiepleisters en ik kies een voorgeknipt maatje dat ruim overlapt. Er staat een knaloranje aapje op. En je ziet nog net een halve slang in het gras kronkelen. Het doet me denken aan het logo van de Hiv Vereniging. Op mijn boodschappenlijstje schrijf ik dat ik andere pleisters moet kopen. Huidkleurige. Neutrale.

Bij de drogist had ik meteen ook maar de handcrème uit de aanbieding meegenomen. Gezien mijn poetsdrang van de laatste tijd een verantwoorde investering. De combinatie van met glycerine verrijkte handbalsem en een verse, neutrale wondpleister, bleek alleen niet zo handig. Want ’s avonds, tijdens de training van zelfverdedigingsles voor dames, lag het ding al na de eerste serie stoten op de vloer onopvallend te wezen. Instructeur Roberto-met-de-enorme-torso had kennelijk niets met EHBO. De rest van de les heb ik alle oefeningen daarom alleen met links uitgevoerd. En heb ik me alleen nog in kniestoten en kruistrappen echt uitgeleefd. Daar heb ik nu nog een pijnlijke wreef van, maar bloed heb ik sindsdien nergens meer gezien.

Of het moet het bloed van die stalkende mug geweest zijn die ik gisteren, nijdig door het onophoudelijke gezoem om mijn hoofd, in een reflex doodmepte.  Geen idee waar de levensmoede mug zich eerder wel had weten vol te zuigen – misschien zelfs bij meer dan één donor, zoiets weet je maar nooit. Maar noch het antwoord, noch de vraag is hier relevant. Want van een mug kun je geen hiv krijgen. Dat weet iedereen. En van mijn losgeraakte vieze pleister net zo min. Zelfs met de beste wil van de wereld nog niet. Een bloedneus zou je me vanwege de heel hardnekkige vlekken die het achterlaat, liever niet slaan. Maar hé, sinds die weerbaarheidstraining kun je er maar beter gewoon voor zorgen dat ik jou niet spontaan een bloedneus bezorg.

22

05 2011

Hiv werkt?

door Marilou de Poorter

Voor de zekerheid had ik het toch maar even op internet opgezocht, voor ik op sollicitatiegesprek ging. Maar op positiefwerkt.nl stond het ook: er is met geen mogelijkheid een goede reden te bedenken om mijn hiv-status ter sprake te brengen bij een potentiële werkgever. Ik ben niet vaker ziek dan kandidaten zonder hiv en er bestaat niet zoiets als meldingsplicht. Alleen geheimhoudingsplicht is aan de orde. Dat wist ik natuurlijk ook wel. Maar op de een of andere tussen-de-oren manier, gaf het me toch een comfortabel steuntje in de rug het zo ‘zwart op wit’ op internet te lezen. Dat, en het Zwitserse standpunt in mijn achterhoofd. Want sinds artsen naar buiten durven brengen dat bij een structureel effectief onderdrukt hiv, het met de overdracht ervan zo’n vaart niet loopt, neem ik als hiv-plusser toch met veel meer zelfvertrouwen aan het maatschappelijk leven deel.

Mijn vriendin Tineke heeft zich door haar hiv sowieso nooit laten tegenhouden het werk te doen dat ze leuk vindt. Zo had ze achtereenvolgens oppasbaantjes, maakte ze huizen schoon, en viert ze binnenkort haar tienjarige vrijwilligersbestaan als kokkin in een sociaal eethuis. Door de bekende vetverplaatsingen kan een insider best aan haar zien dat ze waarschijnlijk hiv heeft. Toch weet maar één van haar collega’s wat Tineke’s gezondheidsprobleem precies inhoudt. Van haar eethuisgasten weet een aanzienlijk gedeelte waarschijnlijk niet eens hoe je hiv wel, en hoe je het pertinent niet op kunt lopen.

Hoewel Tineke er niet over zou liegen als ernaar gevraagd werd, hangt ze haar hiv-status liever niet aan de grote klok. Ik doe dat ook niet meer zo vanzelfsprekend als ik dat in het tijdperk vóór de afdoende werkende medicatie deed. Je belast mensen er namelijk vaak onnodig mee, heb ik gemerkt. Tineke houdt zich daarnaast wijselijk het recht voor niet op privévragen te hoeven antwoorden. Mijn cv wemelt daarentegen van de aanwijzingen dat hiv duidelijk bij mijn bestaan hoort. En wie me googelt, komt al snel tot de conclusie dat ik niet alleen ‘positief ben ingesteld’. Zodoende is het geen overbodige luxe om goed voorbereid op lastige vragen over hiv-overdrachtskansen, een sollicitatiegesprek in te gaan.

Na een nachtje stevig doorsurfen was er werkelijk geen potentiële vraag meer te bedenken waarop ik het antwoord schuldig moest blijven. Noch zou ik met mijn mond vol tanden staan, wanneer zou worden geïnformeerd naar mijn reactie op mogelijk discriminerende of beledigende opmerkingen van klanten. Alleen is tot op heden hiv hebben, hiv overdragen, of hiv wat dan ook, nog niet eens ter tafel gekomen. Laat staan dat mijn hiv-status de eerste kennismaking heeft kunnen kleuren. De oriënterende gesprekken met potentiële werkgevers in de horeca- en voedingsmiddelenbranche, verlopen tot nu toe zelfs best vlot. Alleen al mijn leeftijd indachtig, is dat een flinke meevaller. Alsof er geen vuiltje aan de lucht is, wordt heel gewoon over zaken als de bedrijfsfilosofie, werkzaamheden, werktijden, verdiensten en doorgroeimogelijkheden gesproken. Het lijkt wel of alleen ikzelf een probleem heb met hiv op de werkvloer.

Ondertussen houden de ins en de outs en de voors en de tegens van mijn ‘hiv-strategie’ bij sollicitaties me zo bezig, dat ik helemaal zou vergeten in spanning te zitten over het mogelijke bericht dat ik ergens aan de slag kan. ‘Het is niet de eindbestemming die telt, het is de weg ernaartoe’, hoorde ik laatst iemand een Oosterse wijze citeren. Maar doe er voor mij, als kers op de taart, dat leuke banketbakkersbaantje toch ook maar bij.

 

26

04 2011

elk nadeel heb z’n voordeel

Met het wereldkampioenschap voetballen voor de deur is de verkiezingsuitslag voor de niet-voetbalfan waarschijnlijk al helemaal moeilijk te verteren. Voor hen een opbeurend en wellicht inspirerend artikel over de kracht van ondermeer  sense of community en het benutten van  een gegeven situatie. Oftewel: The smallest things can make the biggest difference.

bron: http://mumbrella.com.au

LITTLE TRAVELLERS LAUNCHES CAMPAIGN TO BRING ATTENTION TO HIV/AIDS IN SOUTH AFRICA

Little Travellers Australia, the organisation that aims to raise awareness of the HIV/AIDS pandemic in South Africa, is launching an Avant Card-sponsored postcard campaign to coincide with this year’s FIFA World Cup.

Little Travellers, Mumbrella

The postcard campaign draws upon the little, thumb-size pin-on dolls made by HIV+ men and women in South Africa and sold by volunteers around the world.

The postcards feature the tagline: “The smallest things can make the biggest difference”. The tagline has also been used in the organisation’s poster campaign in Canada.

Justin Koonin, Little Travellers Australia founder, said: “We know the bead workers who make the dolls. Despite the hardships they face, there is a sense of resilience, an openness and a real sense of community among the people we met on a visit to the region.

“They are truly inspirational. I hope this postcard campaign will focus attention on their situation and create change for the better.”

The free postcards will be available from June 16 in metropolitan Avant Card outlets across Australia. The dolls can also be purchased for $5 by visiting the Little Travellers Australia website.

The local campaign is part of a wider Little Travellers global initiative aimed at drawing attention to the HIV/AIDS pandemic in  South Africa and to provide tangible support to people infected and affected.

Some 5.7 million South Africans are HIV positive and, in some areas, up to 40 per cent of pregnant women have the virus. The worldwide project is also being supported Stephen Lewis, former UN Special Envoy to Africa on HIV/AIDS.

10

06 2010