je gedachten erover wel
lezing symposium ‘Life = Art’ door Reina Bossenbroek

In februari 2008 lag er een uitnodiging op de mat van twee positieve dames. Zij hadden een idee uitgewerkt, fondsen geworven en een jaar gewerkt aan het tot stand brengen van een creatieve midweek voor positieve vrouwen. Onder begeleiding van een ervaren creatief therapeute, met goede materialen en in een heel mooi rustig centrum in Groesbeek mochten we een midweek beeldend werken. Tijd en ruimte voor onszelf als positieve vrouwen. De creatief therapeute faciliteerde en begeleidde, maar al snel stroomde de creativiteit als vanzelf. De tranen vaak ook. Er zijn heftige doeken gemaakt, er is geduldig in zeepsteen gesneden, geschuurd en gepolijst; en we hebben als vrouwen samen de wensboomvrouw gemaakt. Het project is nu na twee jaar afgesloten. Heel diepe buiging voor Marilou en Dominique die dit hebben gerealiseerd. Heel erg bedankt. Jullie hebben het fantastisch gedaan.
Twee jaar geleden zat ik nogal in de prut. Ik woonde met mijn kind op een tijdelijk adres, ik zat in een baan die totaal niet bij mij paste tegen een burn-out aan en ik had geen oppas waar ik mijn kind de nacht kon laten doorbrengen. Maar ik had het zo nodig. Ik nam de week vrij van mijn werk en reed in de auto, totaal gestrest, het hele eind naar Groesbeek. Elke dag op en neer. Onderweg zag ik aan de binnenkant van mijn voorhoofd het beeld wat het moest gaan worden. Een grote uit elkaar spetterende etterbuil. Zoveel pijn, angst, ellende zat er opgekropt in mij. Ik heb er dagen aan gewerkt. Heel gedetailleerd werkte ik aan het bloed, de spetters. Ik doorvoelde het, diepte het uit. Ik genoot, voelde en beleefde, huilde en zong. Ik voelde weer.
Ik ben gisteren 47 jaar oud geworden en het was heel gezellig zo met mijn broers, zussen en vriendinnen rond de tafel. Ik heb nu een leeftijd die ik nooit dacht te bereiken toen ik in 1989 hoorde dat ik hiv geïnfecteerd was. Meer dan 21 jaar heb ik hiv. Ik heb mijn levensverwachting van destijds al ruim 10 keer overleefd. Ik heb een gezonde dochter van bijna 6. Da’s ook al zo anders dan de voorspelling, want ik had niet gedacht ooit moeder te worden. Ik ben sinds 2 jaar alleenopvoeder, maar die scheiding lag ook al niet in de planning. Mijn dochter is vandaag wel bij haar vader. Die overigens ook hiv-positief is. Echter, dat wist ik nog niet toen hij vader van ons kind werd. Onvoorstelbaar. Onvoorspelbaar. Zoiets verzwijg je toch niet? Maar ik verzwijg het zelf ook nog steeds, die hiv van mij. Net zo goed. Of net zo slecht. Vandaag de dag ben ik gewoon de buurvrouw. Dat gescheiden vrouwtje met dat donkere kind. Ook ben ik gymmoeder op woensdag. En ik werk drie dagen in het bejaardenhuis. Voor deze baan heb ik nooit de gevraagde opleiding gedaan. En omdat ik geen diploma heb, zit ik in een lagere schaal dan collega’s die hetzelfde werk doen. Meestal geniet ik van mijn werk.
Ik voel me vaak onvervuld, maar ik mag niet klagen, want ik heb enorme mazzel gehad. Toen ik zieker werd waren er medicijnen voor me. Ik ben nooit zo ziek geweest dat ik moest stoppen met werken, maar ik ben door de jaren heen wel steeds minder gaan werken. Minder uren, minder verre reizen, minder belastend, minder goed betaald. Soms kan ik ook dit werk niet meer opbrengen en wil ik niet opstaan ‘s morgens. Maar ik ben kostwinner, moeder, en ook nog eens de jongste dochter van een hele oude hulpbehoevende moeder. Dus ik bijt op mijn tanden, stap uit bed en doe wat er te doen is. Tot de sandwich generatie behoor ik:
belast met zorg voor ouders en kinderen. Die fase zit ik in. Zorg voor mezelf, daar kom ik meestal niet aan toe. Terwijl dat eigenlijk wel raadzaam is in mijn situatie.
Het lijkt alsof mijn leven steeds kleiner is geworden door de jaren heen. Terwijl ik steeds vermoeider raak. Soms kan ik dat ‘groots’ onder woorden brengen: als een maatschappelijk verlies, als ongebruikt of beschadigd arbeidspotentieel. Ik had best een goed stel hersens, maar ik denk niet dat ik mijn potentieel heb benut. In de wetenschap hiv te hebben, ben ik steeds vanuit een beperkt perspectief mijn beslissingen gaan nemen. En nu ik weer perspectief heb, ontbreekt mij de energie en het elan om er iets groots van te maken. Begrijp me niet verkeerd – ik ben wie ik ben en ik weet ook dat ik trots mag zijn op wie ik door dit leven ben geworden. Alleen kost ik de maatschappij nu heel veel geld en werk ik me het schompes voor een habbekrats, terwijl ik wat blijf rommelen in de marge van het bestaan. Het is mijn persoonlijk leed dat ik een seropositieve alleenstaande moeder ben en dat deel ik niet met mijn buren. De eenzaamheid en het sociaal isolement voel ik terwijl ik de heg snoei en een willekeurige man langs loopt en tegen me zegt: goh, ik wou dat mijn vrouw dat ook eens deed. Ik maak een grapje, maar ik voel me een loser.
Waarom maak ik mijn leven in mijn gedachten nou zo klein? Ik heb niet veel energie, dat is een feit, maar zo klein als ik denk dat mijn leven nu geworden is, zou het niet hoeven zijn. Ik ben er intussen wel achter waarom ik dat doe. Ik doe het omdat ik bang ben dat als ik groots ga leven, er nog wel ergere drama’s op mijn pad zouden kunnen komen dan die er al gepasseerd zijn. Ik raak geïrriteerd als ik hoor dat alles kan als je maar wilt, dat je iets van je leven moet maken, dat alles maakbaar is. Het leven is niet maakbaar. Ik maak er het beste van, dat zeker. Maar als het maakbaar was, mijn leven, dan had ik er echt iets anders van gemaakt. De angst voor de toekomst en de pijn uit het verleden stonden mij flink in de weg, als ik nadacht over mijn leven. En daar ben ik achter gekomen tijdens het PositieveVrouwenKunst project.
Ik ben goed gebekt en denk graag in mooie woorden. Ik vertel wat ik heb meegemaakt, maar die woorden geven geen expressie meer aan het gevoel bij de gebeurtenis. Daardoor lukte het me ook niet om te rouwen. Pas door het te schilderen, leerde ik het verdriet kennen dat er in mij vast zat, gevoel van verlies, boosheid, angst en ook veel drama. Ik plaats het door het te schilderen nu buiten mezelf en kan er naar kijken. Daardoor kan ik het ook achter me laten. Of zelfs van de mooie dingen nog even nagenieten.
Sinds dat eerste oerknal schilderij – de weg naar binnen, heet het – heb ik er nog heel wat trauma’s en melancholie uitgeschilderd in de twee jaar die volgden, maar ook mooie herinneringen. Geweldig dat de werken geëxposeerd hebben gestaan in ziekenhuizen door heel het land en bij het AmsterdamDiner. Zo goed dat we hiermee zichtbaar werden als positieve vrouwen, zonder meteen onze kop op tv te hebben. Maar ook zo heerlijk dat er nog een tweede gelegenheid kwam om samen te schilderen. Er waren weer andere vrouwen bij gekomen. Ook toen is er weer zoveel gebeurd en was er ook zoveel rust in het samen zijn, onder elkaar zijn, het delen. Het was heerlijk. Schilderen is heerlijk. Ik ben ook niet van plan er ooit mee te stoppen.
De gedachte dat mijn leven anders zou moeten zijn dan het is, zuigt de energie uit me. Door steeds te denken hoe het zou moeten zijn, ontken ik mijn lichamelijke beperking en mijn gevoel. Ik zie steeds duidelijker worden dat het dan vooral mijn gedachten zijn die mij beperken in mijn leven. Meer dan het hebben van hiv. Ik doe het helemaal prima, eigenlijk. Het valt niet mee om alle ballen in de lucht te houden, maar ik doe het mooi wel.
Hoe we het moeten doen weet ik niet altijd vorm te geven voor mezelf, maar vrouwen met hiv mogen gezien worden! Ik laat het zien in mijn schilderijen misschien. Het VrouwenKunstProject heeft mij enorm geholpen om te vlammen en iets in mijzelf te doorbreken. Vooral om de steeds terugkerende gedachte te doorbreken dat het leven zelf maakbaar zou zijn. Dat is het niet – het komt zoals het komt. Ik leer mijn doelen steeds te herformuleren en realistisch bij te stellen. Zelf vorm geven aan mijn gedachten over mijn leven. En uit de stukjes en beetjes daar voor mijzelf een bevredigend geheel van denken. Dus niet meten aan iemand anders of aan sociale wenselijkheid of maatschappelijke relevantie, want ik ben gewoon wie ik ben. Mijn leven is mijn eigen kunstwerk.