door Marilou de Poorter
Wat doe jij, als je na een intensieve vergadering of workshop rond etenstijd uit de trein stapt? Zelf fiets ik dan doorgaans langs een rits restaurantjes rechtstreeks naar huis om er de koelkast te plunderen. Maar vanavond was anders. Zodat ik thuis met een draagtas vol geurende warmhoudbakjes op de bank plofte. Schoenen uit, dvd’tje aan: Smullen maar.
Na deze pakkende eerste alinea, komt de vraagstelling van je artikel aan bod, leerde ik vandaag op een cursus journalistiek schrijven bij PGOsupport. In mijn geval luidt die vraag ongeveer zo: Zet het nog zoden aan de dijk om je pijlen op de subgroep vrouwen die met hiv leven te richten? Behalve dan dat spreekwoorden, gezegden en clichés in schrijverskringen uit den boze zijn. Maar al herschrijvend en stoplappen schrappend, komt de open vraag naar het wanneer, als vanzelf bij me bovendrijven: Wanneer zeg ik eindelijk nee? Wanneer kies ik voor mezelf? Wanneer gooi ik de handdoek in de ring? Vermoedelijk vormen ze de sub-vragen waarvan in deze fase van mijn verhaal eventueel sprake zou zijn.
‘In de beginjaren van hiv in Nederland hebben vrouwen met hiv hun plek binnen de vereniging bijna agressief opgeëist. Sectie Positieve Vrouwen heeft zich daar elf jaar staande weten te houden, maar werd in 2002 opgeheven. Dat dit zogezegd “onvermijdelijk” was, slaat dan vooral op de uitvoering van veranderd verenigingsbeleid’, vertel ik dan in de alinea waarin ik iemand voornoemde vraagstelling laat illustreren, dan wel toelichten. ‘Mensen die met hiv worden geconfronteerd zoeken naast helder verwoorde medische informatie, ook – en misschien wel vooral – steun in herkenning. En bij vrouwen met hiv spelen daarbij echt niet alleen clichématige items als mogelijke kinderwens en vergrote kans op baarmoederhalskanker. De bedoelde herkenning zit hem sowieso niet zozeer in medische feiten, maar in de beleving van die feiten. En zodra het over zoiets emotioneels als beleving gaat, komen mannen, ho-, bi- zowel als he-, nu eenmaal van Mars en vrouwen van Venus.’
Voor de volledigheid zou ik hier aangekomen moeten opvoeren, wat ik in de literatuur over de rol van lotgenotencontact bij acceptatie van ziekte en verlies aan gezondheid heb gevonden. Waaruit dan onomstotelijk zou blijken dat het een zinvolle investering is om dit te faciliteren en te bevorderen. Zodat ik in de laatste alinea zou kunnen afsluiten met de positief gestemde conclusie, dat voor PVBlog schrijven wel degelijk zin heeft.
Of ik zou in de archieven van de vereniging kunnen duiken, op zoek naar een mogelijk vrouwonvriendelijkheidspatroon. Zodat ik dit artikel waarheidsgetrouw moest afsluiten met een somberder conclusie. Die zou er dan ongeveer op neer komen dat vrouwen met hiv binnen de vereniging in principe mogen meedoen, maar meestal vergeten worden. Keer op keer, op keer. Al zolang ik me kan heugen. En dat je ééns tegen jezelf moet kunnen zeggen: Nu is het wel genoeg geweest.
Het enige wat dit structureel opgebouwde stuk nu eigenlijk nog mist is een tegengesteld geluid. Bij voorkeur van iemand uit de doelgroep, die vol goede moed en bedoelingen het stokje hier van me overneemt. Want vanavond heb ik met mijn afhaaldiner het eindpunt van een tijdperk gevierd. – Waarmee dat luchtige intro meteen netjes op zijn plaats valt. Vanaf vandaag beschouw ik mezelf vrijwilliger-af. Hoera, hoera, hoera. Lang leve het PositieveVrouwenBlog en mijn opvolger!