Archive for november, 2010

Bij de kapper

door Marilou de Poorter

Sinds ik terug ben van zomervakantie is mijn haar weer flink aan het uitvallen. Aanvankelijk weet ik dat nog aan de invloed van de in augustus wel héél erg felle zon daar. En aan het zoutgehalte van de Lybische zee, dat zo hoog is dat ik ver van de kust durf weg te zwemmen. Net zo ver tot alles wat zich op het strand afspeelt onbelangrijk klein wordt. Mijn zonder meer zware bestaan, geruststellend relativeert.

Mijn haar voelt aan zoals het aanvoelde in Caïro, waar de blaadjes aan de bomen standaard stofgrijs van kleur waren. Lang geleden, in een tijdperk waarin ik nog nauwelijks iets wist over aids, laat staan over mijn eigen hiv-infectie. Behalve dat mijn tanden in Egypte door de lokaal gefabriceerde sigaretten zwart verkleurden, werd mijn haar er door het gechloreerde leidingwater na iedere dagelijkse douchegang juist een tintje lichter. Type ‘uitgebeten blond’. In dezelfde winkel waar ik uiteindelijk een soort tandpolish vond, verkochten ze ook anti-klit. Het totaal van mijn luxeaankopen in de elitewijk bleek een veelvoud van mijn dagelijkse verblijfskosten te zijn. Maar het goedje hielp in ieder geval mijn touwhaar tenminste nog enigszins te ontwarren. Zelfs zonder al teveel geblondeerde lokken in mijn kam achter te laten.

Maar de laatste maanden vind ik dus telkens wel plukken haar in mijn borstel en doucheputje. Als dit nog veel langer doorgaat, hoef ik straks niet eens meer naar de kapper. Een vriendin wist gelukkig goede raad. Ik moest maar eens bij die van haar een afspraak maken. Eentje die uitsluitend met natuurlijke producten als henna en zeezout werkt. Dat heb ik geweten.

Miss Mandy bleek zelf een zeer imponerende haardos te hebben, van ook nog eens onwaarschijnlijk lengte. Al mijn hoofdhaar bij elkaar is nog minder dan dat in één van haar dreadlocks! Aan haren wassen deed Mandy niet, daarvan droogt het volgens haar maar uit. Nadat ze het mijne met een plantenspuit had bewerkt (en me in no time in een verzopen kat omtoverde) informeerde Mandy streng naar mogelijke stressfactoren (‘ja, genoeg’) en eventueel medicijngebruik.

Normaal gesproken maak ik daar geen punt van, maar het beeld in de spiegel voor me was op dat moment nou niet bepaald om blij van te worden. Zodat ik nog net iets kon mompelen over ‘mogelijk’ en ‘meespelen’. Verder kwam ik niet. Het ontbrak me ineens aan het nodige zelfvertrouwen om mij helemaal nergens voor te hoeven schamen. En in plaats van te zeggen: ‘Tja, ik slik nogal wat aan hiv-remmers. Maar dat gaat jou, met je overdreven bos haar, helemaal niets aan’, dacht ik: ’Wat doe ik hier? Ik wil hier geloof ik helemaal niet zijn!’. Gek hoor. De vriendin die me had doorverwezen is nogal onzeker en verlegen, maar komt wel altijd stralend van de kapper terug. Ik ging juist met een warrige coupe en een zakje onduidelijk poeder om mijn hoofdhuid mee te masseren, de winkel uit. Plus de opdracht vanaf dan mijn haar gezond te denken.

Ik ben nooit meer terug geweest om het resultaat van de thuisbehandelingen en mijn positieve gedachten door deze onoverwinnelijke Mega Mandy te laten keuren. In plaats daarvan hop ik nu maar wat van de ene kappersaanbieding naar de andere prijsstuntende barbier. Om de drie maanden een ander. Zo hoor ik steeds weer nieuwe, soms verrassend creatieve verklaringen voor mijn almaar dunner wordende haar. Van mij krijgen ze allemaal gelijk. Dat scheelt me in ieder geval weer het nodige stressgerelateerde haarverlies. Trouw blijf ik alleen aan mezelf en aan mijn dagelijkse medicijnen. Braaf tot het bittere einde.

24

11 2010

spreuk van de dag

weten dat je niets bent is wijsheid

weten dat je alles bent is liefde

23

11 2010

poëzie

AVONDSCHEMERING

(OUDE ZOMERS III)

 

OP D’ DONKERE NOK

TEGEN DE HELLE HEMEL

STAAT ZWART DE MEREL

EINDELOOS ZIJN HOOGSTE LIED

TEN LESTBESTE TE GEVEN

IN DE AVONDRUST.

SCHOONHEID, WEEMOED, ONSTILBAAR

VERLANGEN STUWEN

ELK HUN EIGEN TRANEN OP

IN DE EENZAME PASSANT. 

(dubbele tanka)

uit: Vreemde Vogels, Quato Quichottte 

Tags: ,

23

11 2010

Personeel gevraagd

door Marilou de Poorter

Het moet anders. Het moet nu eindelijk afgelopen zijn met mijn eeuwige ‘het is goed vol te houden zo’. Ik wil een ander uitzicht en ik wil een ander bestaan”, had ik tegen mezelf gezegd tijdens een ontspannen etentje met uitzicht op de Rotterdamse havens. De volgende dag maakte ik meteen werk van mijn droom ooit ergens te zullen wonen waar je het geruststellende geluid van voorbij tuffende binnenvaartschepen hoort en in de verte uitkijkt op stoere hijskranen en imposante containerschepen. Daar wil ik mijn dagen slijten. Niet tussen bakstenen en beton. Inmiddels heb ik al twee ideale woningen aan mijn neus voorbij zien gaan, omdat ik niet was ingeloot. En heb ik er één laten schieten, omdat het balkon zich aan de verkeerde zijde van het gebouw bevond. Je keek er op een druk verkeerskruispunt in plaats van op de Maas. En o ja: op de galerij rook het naar iets zweetvoetenachtigs, niet naar stookolie en zilte zeemannen. Maar het begin is er.

Ondertussen heb ik ook al twee sollicitaties achter de rug. Het was even wennen dat solliciteren inmiddels digitaal gebeurt, maar nu omzeil ik wel mooi het nadeel van mijn onleesbare handschrift. Leve het digitale tijdperk! Ook nieuw voor me, is je hiv-gerelateerde werkervaring als pluspunt in een cv vermelden. Op zijn zachtst gezegd voelt het nogal onwennig dat ‘me de laatste jaren hoofdzakelijk inzetten op het gebied van hiv’ iets is geworden dat in een rijtje voordelen aan mij thuishoort, in plaats van de noodgedwongen nagel aan mijn doodskist te blijven, die het ooit was. Want als degelijk behandelde hiv-plusser kom ik niet meer per definitie en binnen afzienbare tijd, naar aan mijn einde. Noch vorm ik nog langer enig realistisch besmettingsrisico voor m’n hiv-vrije medemens. En dat verruimt mijn mogelijkheden als potentiële collega en werknemer toch aanzienlijk.

Zo solliciteerde ik onlangs bij een bakker van kwaliteitsbroden en bij een Italiaans specialiteitenrestaurant – ik ben nu eenmaal een lekkerbek. Als ik iets geleerd heb de afgelopen hiv-jaren, dan is het wel dat je er maar beter voor kunt zorgen dat je lol in je overlevingsstrategieën houdt, wil je het kunnen volhouden allemaal. Plezier hebben is geen luxe. Het is een basisvoorwaarde om dóór te kunnen gaan.

De eigenaar van het restaurant met aan één kant van het menubord buiten ’personeel gevraagd’, had aanvankelijk niet begrijpend op mijn enthousiast introductie gereageerd. Zijn ‘voor wie het dan was’ moeten beantwoorden met ‘nou, gewoon, voor mezelf’, was best even slikken. Uiteindelijk mocht ik mijn telefoonnummer toch tussen die van de andere kandidaten opschrijven, maar er had nog geen bemoedigend lachje afgekund. Die nieuwe vestiging van de heerlijke broden bakker is inmiddels geopend. Met al die jonge meiden achter de toonbank  draait de zaak werkelijk uitstekend. En de strakke inrichting van het restaurant waar ik laatst binnen stapte voor een open sollicitatie beloofde dan wel topkwaliteit in de keuken, maar van het functionele zelfbedieningsconcept werd ik bij voorbaat al enigszins ongelukkig.

Misschien is dat ook wel de bottom line. Ik weet veel te goed wat ik wel en wat ik niet wil. Voor concessies ben ik geloof ik – bij gratie van de medicatie – toch te oud geworden. Voor de meeste werkgevers ben ik sowieso kennelijk te oud. Hoewel ik van mijn lijf vooralsnog geen signalen kreeg dat ik de negentig niet ‘gewoon’ zou kunnen halen. Integendeel. Want of het nu komt doordat ik begonnen ben wat met yoga te improviseren of doordat er nog maar weinig deprimerend nieuws binnendruppelt, sinds ik de kabel heb opgezegd; of dat het te maken heeft met een exotisch ingrediënt in mijn nieuwe vitaminepillen of juist aan de veranderde vorm van de ritonavir ligt: ik zit, alle ouderdomsrimpels ten spijt, alleen maar steeds beter in mijn vel. En dat is maar goed ook. Mijn levenslust laat ik door niets en niemand dwarsbomen, afnemen, noch verzieken. Want dat kan nooit de bedoeling zijn van de ‘geleende tijd’ waarin ik leef. Leef, liefheb en zo meteen lekker uitgebreid ga lunchen in een prima Italiaans specialiteitenrestaurant!

In juni is in Geneve de nieuwe ILO arbeidsstandaard op het gebied van hiv aangenomen. Deze arbeidsstandaard vraagt specifiek aandacht voor o.a. informatievoorziening, deskundigheidsbevordering, sociale dialoog, hygiëne en veiligheidsmaatregelen en de positie van de werknemers met hiv. Aanbevelingen moeten de komende jaren ook in Nederland worden geïmplementeerd in wet-en regelgeving en door de verantwoordelijke instanties worden uitgevoerd. Tevens moet er regulier door de Nederlandse Overheid over de voortgang worden gerapporteerd. De arbeidsstandaard heeft de positie van de werknemer met hiv versterkt, maar dit zal in de praktijk ook moeten worden uitgevoerd. Momenteel lopen nog veel werknemers met hiv tegen problemen aan vanwege hun hiv-status. Als centrale plek voor werken en hiv kan de binnenkort online zijnde site www.positiefwerkt.nl hierbij een belangrijke rol spelen. Voor zowel sociale partners en andere betrokkenen, maar juist ook voor sollicitanten en werknemers met hiv.

bron: HVN

18

11 2010

opsteker van de dag

 

“Ik zie dat u ‘ja’ heeft aangekruist bij ‘hiv-positief’? Goh.

Wanneer is het weggegaan?”

05

11 2010