Als je hiv-positief bent heb je niet meteen zicht op alle consequenties ervan. Dat hoeft ook niet. Je wordt er in de praktijk vanzelf wel mee geconfronteerd.
door Sabine
Ik herinner me nog goed de eerste confrontatie met mijn bloed. Het was niet zo heel lang nadat ik te horen had gekregen dat ik hiv heb. Mijn moeder had me meegenomen naar het winkelcentrum om samen te gaan shoppen.
Ik moest er maar eens uit, dus nam ze me mee om weer eens iets leuks te doen zodat ik er even niet aan hoefde te denken. Ik had wat leuke kleren gevonden en stapte in een kleedhokje om ze te passen. Plotseling zag ik overal bloed. Op mijn handen, op de kleding. Ik raakte volledig in paniek en begon heel hard te huilen. De winkeldame wilde me graag helpen en pakte me vast, maar daar moest ik helemaal niets van hebben. Het enige wat ik zag, was bloed. Mijn bloed - besmet met voor mij een of ander vies gevaarlijk virus. En zij moest daar vanaf blijven.
Ik had me dus gesneden aan het plaatje dat aan de kleding hing. Mijn moeder wist wel waarom ik zo tekeer ging en probeerde me te kalmeren. Ik kon niet meer logisch nadenken en schreeuwde alles bij elkaar. De verkoopster begreep natuurlijk niet waarom ik zo moest huilen. De kleding kon ze wegdoen en ze bood me een pleister aan. Maar voor mij was het zo erg schrikken. Die verkoopster zal wel gedacht hebben, wat is dat voor een gekke meid. Ik had er geen rekening mee gehouden dat het zien van mijn bloed zo’n heftige reactie bij me teweeg kon brengen. Ik had er ook helemaal geen rekening mee gehouden dat ik er anders tegenaan zou gaan kijken. Maar toch, op het moment dat ik mijn bloed zag, knapte er iets in me. Op dat moment realiseerde ik me opeens dat mijn bloed anders was dan voorheen. Vlak daarna werd ik ook nog eens ongesteld…
Die ochtend was dat anders dan anders. Normaal douche je jezelf,
je gebruikt een maandverbandje of een tampon en klaar. Deze keer niet. Ik voelde me vies. Heb wel een uur onder de douche gestaan. Niet dat je menstruatie daarmee weggaat natuurlijk, maar om me maar ‘schoon’ te voelen. Heb op een gegeven moment de knop bij mezelf echt om moeten zetten. ‘Kom op Sabine, je bent niet vies, het is niet anders dan voorheen.’ Dat was even lastig, maar ik moet zeggen: ik raak er wel aan gewend. Het gaat me ook steeds beter af.
Ik werk in de verslavingszorg. Mensen die in de verslavingszorg werken worden regelmatig geconfronteerd met cliënten die hiv-positief zijn. Toen ik net wist dat ik zelf hiv heb, vond ik deze confrontatie moeilijk. Iedere keer als ik een cliënt met hiv medicatie moest geven vroeg ik me af ’Goh, zou ik deze medicatie zelf ook ooit moeten nemen?’. Ik begeleid ook cliënten met hiv naar het ziekenhuis. Naar dezelfde afdeling waar ik nu opeens zelf ook behandeld word. Dan ga ik mee naar dezelfde internist die mij behandelt en naar dezelfde verpleegkundige die mijn verhalen aanhoort. Je kunt je misschien wel voorstellen dat dit heel erg lastig is. En natuurlijk heb ik in het begin aangegeven dat ik werk en privé strikt gescheiden wil houden. Dat ik absoluut niet wil dat mijn cliënten doorkrijgen dat ik ook bij die poli loop. Ik zorg er ook voor dat ik op een andere dag, of een heel ander tijdstip terecht kan, zodat ik niemand tegen kan komen. Maar toch blijft het raar. Doen alsof…
In eerste instantie wilde ik het op mijn werk geheim houden. Toch had ik een groot schuldgevoel. Je werkt nou eenmaal met mensen en ik kan gewoon niet liegen. Uiteindelijk heb ik het wel aan mijn baas verteld. Je kon aan hem zien dat hij heel erg schrok van mijn verhaal.
Hij stelde ook meteen voor dat ik bepaalde werkzaamheden niet meer zou mogen doen, vooral de werkzaamheden waarbij ik contact had met mensen. Maar daar was ik het niet mee eens, dat is juist de reden dat ik het vak zo leuk vind – de omgang met mensen. Je kunt een kok met hiv toch ook niet verbieden om vlees te snijden? Bovendien had ik eindelijk de moed om mijn verhaal aan hem te doen en dan word ik vervolgens gestraft! Uiteindelijk kon ik mijn baas ervan overtuigen dat het heel krom was wat hij van me verlangde. Gelukkig heeft hij me die beperkingen uiteindelijk niet opgelegd. Ik ben sinds ik weet dat ik hiv heb natuurlijk wel een stuk voorzichtiger geworden. Ik heb altijd pleisters bij me voor het geval ik me ergens aan stoot of snijd.
Een aantal van mijn collega’s weten het ook. Ze stellen weinig vragen, ook omdat ze natuurlijk door het werk in de verslavingszorg al het nodige van hiv en hiv-overdracht afweten. Ze hebben veel begrip en respect voor me, zeker omdat ik niet bij de pakken neer ben gaan zitten. Maar juist doorga en overal het beste uit probeer te halen. Als ik ergens mee zit of erover wil praten, hoef ik maar te roepen en ik kan ik bij ze terecht. Ondertussen gaat het leven gewoon door. Met hiv en daardoor onder meer een verbroken relatie.
Ik weet nu bijna 17 maanden dat ik positief ben. Maar ik heb nog helemaal geen behoefte aan een nieuwe vriend. Als ik op stap ga, praat ik wel eens met jongens. Als er dan met me geflirt wordt, denk ik gelijk: je moest eens weten. Wat als ik je vertel dat ik hiv positief ben? Zou je hier dan nog staan? Het doet al pijn om afgewezen te worden als je gezond bent. Laat staan als je afgewezen wordt omdat je hiv hebt. En stel, ik kom een jongen tegen die ik wel leuk vind, waar ik verliefd op word en hij op mij.
Wanneer vertel ik hem dan dat ik hiv heb? Meteen bij de eerste date? Of bij de tweede of derde pas? En hoe vertel ik hem dat, hoe gaat hij reageren? Stel ik zou gezond zijn en we draaien de rollen om. Die leuke jongen heeft hiv en vertelt me dat tijdens onze tweede date. Ik heb geen idee wat ik zou doen, ik weet niet of ik daarvoor zou kunnen kiezen. Misschien zijn er wel jongens die het accepteren, maar hoe weet je dat? Voor een onenightstand ben ik al helemaal geen type. Dat vind ik helemaal niks. Bovendien, wat heb ik eraan? Ik denk niet dat ik daar gelukkiger van word.