Naast cellulaire en humorale immuniteit wordt soms ook de mucosale immuniteit genoemd: de afweer van de slijmvliezen. De mucosale afweer is de lokale afweer aan de 'buitenkant' van het lichaam en is zowel cellulair als humoraal.
Bij de afweer tegen hiv spelen ook chemokines een rol, door cellen te beschermen tegen hiv-infectie. Cytokines (waaronder ook chemokines) zijn de boodschapperstoffen van het immuunsysteem.
Intelence
De niet-nucleoside etravirine
Intent to treat (ITT)
Zie bij: on treatment (OT)
in vitro
In reageerbuis(onderzoek).
in vivo
In (onderzoek bij) dieren of mensen.
incidentie
Zie bij prevalentie.
inclusiecriteria
Voorwaarden wanneer iemand wel mag meedoen aan een trial. In feite het omgekeerde van exclusiecriteria. In een trial waar eerder gebruik van proteaseremmers een inclusiecriterium is, mag je wel meedoen als je al een proteaseremmer gebruikt.
indinavir
Een hiv-remmer.
inductietherapie
Eerste behandeling met meer middelen en/of een hogere doseringen. Deze behandeling wordt gevolgd door een onderhoudsbehandeling met minder middelen of lagere doseringen.
Inductietherapie gevolgd door een onderhoudsbehandeling wordt toegepast bij de behandeling van CMV-netvliesontsteking.
Een dergelijke behandelingsstrategie wordt ook onderzocht met hiv-remmers, totnogtoe met weinig succes.
Een ander woord voor onderhoudsbehandeling is maintenance therapie.
informed consent
Verklaring van een trialdeelnemer waarin hij meldt toe te stemmen om aan een trial deel te nemen en voldoende informatie over de trial (over de voor- en nadelen van deelname) te hebben gekregen.
Informed consent is niet alleen praktijk bij trials. Ook voor het ondergaan van een hiv-test is het geven van informed consent noodzakelijk.
insertie
Zie: codon.
insluipschema
dosisopbouw.
insomnia
Slapeloosheid
isosporiase
Infectie door Isospora belli of I. hominis. Kan diarree, buikkramp veroorzaken. Opportunistische infectie. Als een hiv-positieve langer dan een maand deze darmziekte heeft, krijgt hij de aidsdiagnose.
integrase, integraseremmer
Integrase is een enzym van hiv dat helpt bij het inbouwen van het genetisch materiaal van hiv (DNA) in het genetisch materiaal van de cel.
Een goede integraseremmer remt dit proces. Meer
inter-
Het voorvoegsel 'inter-' betekent 'tussen'. Denk aan interland: een wedstrijd tussen twee landen.
interactie
Sommige middelen kun je beter niet met elkaar combineren omdat ze interacties geven, ongewenste wisselwerkingen. Meestal zorgt het ene middel dat de bloedspiegel van het andere middel wordt verhoogd of verlaagd. Dit kan leiden tot ernstige bijwerkingen maar ook tot te weinig werkzaamheid van één van de middelen.
Bij geneesmiddelen waartussen interacties bestaan kan het probleem vaak goed opgelost worden door de dosis van één van de middelen aan te passen. Soms zijn de interacties zo ernstig dat de middelen niet samen gebruikt mogen worden. In dat geval is er sprake van een contra-indicatie.
interferon
Cytokines met onder andere werking tegen virale infecties of tumoren. Er zijn drie belangrijke soorten interferon: interferon alfa, bèta en gamma.
Interferon alfa wordt toegepast bij de behandeling van hepatitis B en C en van KS en is ook actief tegen hiv.
interleukine (IL)
Bepaald soort cytokines.
Bij de behandeling van hiv wordt onderzocht of injecties met IL-2 (interleukine 2) een gunstig effect hebben. IL-2 activeert CD4-cellen en zet ze zo aan tot celdeling, waardoor de het aantal CD4-cellen toeneemt.
Door toename van het aantal CD4-cellen zou de afweer versterkt worden. Omdat geactiveerde cellen bevattelijker zijn voor hiv-infectie, bestaat in theorie het gevaar dat de viral load stijgt. Wanneer het hiv door combinatietherapie krachtig geremd wordt hoeft dat niet het geval te zijn. Zie ook: Meer CD4-cellen door IL-2
intra-
Het voorvoegsel 'intra' betekent 'binnen' of 'in'. Intraveneus: (injectie) in de bloedbaan.
intramusculair (IM)
Een injectie in de spieren. Wordt vaak afgekort tot IM.
intraoculair
In het oog. Voor de behandeling van CMV-netvliesontsteking worden soms intraoculaire injecties als toedieningsmethode van het middel gebruikt.
intraveneus (IV)
Toegediend in de bloedbaan. Sommige intraveneuze behandelingen worden via injecties (prikken) toegediend, andere via een infuus. Wordt vaak afgekort tot IV.
Invirase
Een hiv-remmer.
Isentress
De integraseremmer raltegravir
-itis
Het achtervoegsel itis betekent meestal ontsteking. Bijvoorbeeld retinitis, pancreatitis.
ITT
Zie bij: on treatment
ITP
Idiopathische (oorzaak onbekend) trombocytopenische purpura. Tekort aan bloedplaatjes doordat deze door antistoffen worden aangevallen. (Een autoimmuunziekte: het immuunsysteem valt het eigen lichaam aan.). Komt vrij vaak voor bij hiv-positieven. Soms wordt ook wel de term immunonologische tromboctypenische purpura gebruikt.
IV
intraveneus.