B Woordenlijst

A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N
O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z  0-9

baarmoederhalskanker
Hiv-positieve vrouwen met een ernstige vorm van baarmoederhalskanker krijgen de diagnose aids. Baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door het Humaan Papilloma Virus (HPV). Tegen HPV bestaan vaccins.
Meer..

bacilaire angiomatose
Zie: angiomatose, bacilaire

backbone
Letterlijk: ruggegraat. De nucleoside analogen in combinatietherapie, naast de niet-nucleoside of proteaseremmer.

baseline
(Eng.) Uitgangswaarde, die komt uit de eerste bepaling die wordt gedaan. In een trial is de baseline viral load de viral load die iemand heeft bij het begin van die trial.

basofiel
Zie: granulocyt.

B-cel
Witte bloedcel die verantwoordelijk is voor de aanmaak van antistoffen. De afweer die door B-cellen en antistoffen wordt verzorgd wordt humorale immuniteit genoemd. Zie ook: immuunsysteem.

bDNA
Branched DNA. Bepaalde methode om de viral load te meten, bepaalde viral load bepaling. Hoewel de naam van de bepaling anders doet denken meet deze bepaling hiv-RNA.

beenmerg
De zachte substantie in de holte van botten. In het beenmerg worden bloedcellen aangemaakt.

benigne
Goedaardig.

bevestigingstest
Zie bij hiv-test.

bewustzijnsverklaring
Artsenverklaring. Zie ook: compassionate use.

bid
Tweemaal daags.

bijlage 1A en 1B
Zie: vergoeding.

bijsluiter
Informatie voor de gebruiker van een medicijn, bijgesloten in de verpakking. In de bijsluiter staat informatie over mogelijke bijwerkingen en interacties van het middel, hoe het middel moet worden ingenomen et cetera.
Bedenk dat niet iedereen evenveel last heeft van de bijwerkingen en niemand alle bijwerkingen krijgt.
Van medicijnen die net op de markt zijn, zijn soms nog niet alle bijwerkingen bekend. Dergelijke bijwerkingen tref je dan ook nog niet aan in de bijsluiter. Als dergelijke nieuwe bijwerkingen bekend worden, wordt de bijsluiter wel aangepast.
Soms schrijft de hiv-behandelaar andere doseringen en andere innamemomenten voor dan in de bijsluiter vermeld staan. Dat komt omdat zeer nieuwe behandelingsinzichten ook (nog) niet in de bijsluiter staan. Ga in dergelijke gevallen af op de informatie van de aidsbehandelaar of hiv-consulent. Vraag hun bij twijfel nogmaals wanneer en hoeveel je van welk middel moet nemen.
De Samenvatting van de Productkenmerken (Summary of the Product Characteristics, SPC, SmPC of 1B-tekst) is een uitgebreider overzicht voor de arts van de kenmerken van een medicijn. Een soort bijsluiter voor de arts, geschreven in moeilijker taal, dus.

bijwerking
Alle, meestal vervelende, effecten van een medicijn die niet bedoeld zijn. Bij het gebruik van hiv-remmers lijken vier aspecten van belang:

  • Wanneer treden de bijwerkingen op?
  • – Zeer veel bijwerkingen treden alleen aan het begin van het gebruik van de middelen op en gaan na verloop van enkele weken meestal vanzelf over of worden minder ernstig.
    – Soms treden bepaalde bijwerkingen pas op de lange(re) termijn op.
    – Andere bijwerkingen treden af en toe op bij het begin of gedurende langer gebruik.

  • Hoe vaak komt de bijwerking voor? Gelukkig krijgt niet iedereen elke bijwerking die in de bijsluiter staat. Sommige bijwerkingen zijn (uiterst) zeldzaam, andere bijwerkingen treden bij zeer veel mensen op.
  • Hoe ernstig is de bijwerking? Sommige bijwerkingen zijn zo ernstig dat je moet stoppen met het middel, andere bijwerkingen leveren alleen een licht ongemak op. In onderzoek wordt de ernst van een bijwerking onderverdeeld in Grade 1 (licht) tot en met Grade 4 (potentieel levensbedrijgend).
  • Sommige bijwerkingen zijn alleen indirect merkbaar. De arts ziet dat de bloedwaarden na start met het middel niet goed zijn, bijvoorbeeld dat bepaalde leverenzymwaarden verhoogd zijn. Soms moet je dan stoppen met het middel, omdat doorgaan het risico van leverbeschadiging inhoudt. Zie ook deze pagina over bijwerkingen.
  • bilirubine
    Galkleurstof. Verhoogd bilirubine kan geelzucht veroorzaken. Oorzaak van de verhoging kan hepatitis zijn of een bijwerking van bepaalde hiv-remmers.

    bioavailability
    (Eng.) Biologische beschikbaarheid.

    biologische beschikbaarheid
    De mate waarin een stof wordt opgenomen in het lichaam. Sommige medicijnen hebben een (zeer) lage biologische beschikbaarheid als ze oraal (via de mond) worden ingenomen. Dergelijke middelen worden vaak intraveneus toegediend.
    Een middel met een lage biologische beschikbaarheid bereikt vaak ook een lage bloedspiegel.
    De termen betekenen niet het zelfde. Een geringe beschikbaarheid kan gecompenseerd worden door een hogere dosis of door een andere toedieningsvorm. In dat geval kan de bloedspiegel wel goed zijn, ondanks de geringe biologische beschikbaarheid.

    biologische markers
    Een oud woord is ook wel surrogaat markers. Laboratorium uitslag die aanwijst dat een behandeling mogelijk het beoogde effect sorteert. Bij hiv-remmers zijn er twee soorten markers:

  • immunologische markers (zoals het aantal CD4-cellen) die wat zeggen over de toestand van het immuunsysteem en
  • virologische markers (zoals de viral load) die wat zeggen over de activiteit van hiv.

  • Het beoogde effect van een behandeling is natuurlijk niet primair dat de markers verbeteren, maar dat iemand zich beter voelt, minder snel ziek wordt en langer blijft leven. Dit wordt het klinisch effectgenoemd.

    biopsie, biopt
    Weghalen van een klein stukje weefsel (soms operatief) voor verder onderzoek. Bijvoorbeeld om te kijken hoeveel hiv in het lymfeweefsel aanwezig is. Het weggenomen weefsel wordt een biopt genoemd.
    Het nemen van lymfeweefsel-biopten speelt geen rol bij de behandeling van de hiv-infectie, maar wel bij wetenschappelijk onderzoek naar het effect van de behandeling. Bij een aantal trials wordt een biopt genomen, meestal is dat op vrijwillige basis: wie dit niet wil kan dan toch aan de trial deelnemen.

    bis-POC-PMPA
    De hiv-remmer tenofovir (Viread)

    bloedarmoede
    Tekort aan rode bloedcellen. Bloedarmoede kan de oorzaak zijn van vermoeidheid, duizeligheid en kortademigheid. Er zijn meerdere oorzaken van bloedarmoede mogelijk, o.a.:

  • hiv-infectie zelf;
  • andere infecties (bijvoorbeeld MAC);
  • een tekort aan vitamine B12;
  • hiv-remmers (AZT, andere nucleoside analogenproteaseremmers);
  • andere medicatie (bijvoorbeeld ganciclovir, of ribavirine).


  • bloedcel
    Bloedlichaampje. Er zijn drie soorten bloedcellen:

  • Witte bloedcellen die een rol spelen in het immuunsysteem;
  • Rode bloedcellen die zorgen voor zuurstoftransport;
  • Bloedplaatjes die zorgen voor stolling van het bloed bij bloedingen.
  • bloedplaatje
    Trombocyt, bloedcel die een rol speelt bij het stollen van bloed.
    Trombocytopenie: een tekort aan bloedplaatjes.

    bloedspiegel
    Hoeveelheid (medicijn) in het bloed, concentratie in het bloed. Aangenomen wordt dat de bloedspiegel van een middel verband houdt met het effect van het middel. Is de bloedspiegel te laag dan werkt het middel niet goed, is het te hoog dan kan dat een oorzaak voor bijwerkingen zijn.
    Na inname van een middel stijgt de bloedspiegel. De hoogste bloedspiegel die wordt bereikt is de topspiegel. Na verloop van tijd neemt de bloedspiegel af. De laagste bloedspiegel die wordt bereikt (meestal rond de inname van de volgende dosis) is de dalspiegel. Als de dalspiegel onder een kritische grens zakt dan kan de ziekteverwekker zich weer vermenigvuldigen, waardoor het risico op het ontstaan van resistentie weer toeneemt.
    AUC = Area under the curve, de oppervlakte onder de grafiek van de bloedspiegel over de tijd. De AUC is een maat voor de gemiddelde bloedspiegel over de tijd.
    De bloedspiegel kan te laag worden als men vergeet het middel (op tijd) in te nemen. Interacties tussen middelen kunnen ook resulteren in verhoogde of verlaagde bloedspiegels.
    Zie verder: Bloedspiegels, de juiste afspiegeling?.

    bloed-hersen-barrière
    Sommige hiv-remmers komen niet goed in alle delen van het menselijk lichaam. Als geen van de middelen de bloed-hersen-barrière goed doorbreken en dus maar matig in de hersenen aanwezig zijn, dan biedt de gebruikte combinatietherapie mogelijk onvoldoende bescherming tegen aidsdementie.

    buffalo hump
    Zie: lipodystrofie.

    Contact

    Professionals kunnen met vragen en voor ondersteuning terecht via e-mail:
    Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

    [ Copyright © 2013 Hiv Vereniging Nederland. ] Disclaimer | Colofon | Privacy | Inloggen