L Woordenlijst

A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N
O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z  0-9

 

lactaat acidose
Melkzuur acidose. Vrij zeldzame, maar ernstige bijwerking van nucleoside analogen. Opeenhoping van lactaat (melkzuur). Lactaat-acidose gaat meestal gepaard met meerdere bijwerkingen, zoals ernstige vervetting met vergroting van de lever en/of problemen aan het hart en/of alvleesklierontsteking en/of neuropathie. Dit complex van bijwerkingen kan tot de dood leiden.

Het is een bijwerking van in onbruik geraakte nucleoside analogen (d4T, ddI, AZT). De nucleoside analogen die nu veel gebruikt worden geven deze bijwerking niet of zeer zelden. Het is echter een verplichting om de bijwerking in de bijsluiter te vermelden.
De eerste klachten van melkzuur-acidose zijn: misselijkheid, braken, slapheid, buikpijn en diarree. Later kan dit gevolgd worden door malaise, verlies aan eetlust en kortademigheid. Daarna kan vrij snel een dodelijke vorm van melkzuur-acidose ontstaan. De klachten zijn dus in eerste instantie vrij diffuus. Een van de problemen is, dat er (nog) geen goede testen zijn die het risico voor deze bijwerking in een vroegtijdig stadium kunnen opsporen. Het lactaat wordt wel gebruikt als test. Echter niet iedereen die lactaat acidose krijgt heeft daarvoor verhoogd lactaat en niet iedereen met (licht) verhoogd lactaat krijgt lactaat acidose.
De oorzaak van deze zeldzame bijwerking is mitochondriale toxiciteit.

laesie
Beschadiging of verwonding. De plekken die KS veroorzaakt worden KS-laesies genoemd.

lamivudine
De hiv-remmer 3TC. Zie factsheet

langerhanscellen
Zie: macrofaag.

last obeservation carried forward (LOCF)
Zie bij: on treatment

LDL
Zie: cholesterol

leukocyt
Witte bloedcel.

leukopenie = leukocytopenie
Een tekort aan witte bloedcellen.

(lower) limit of detection
Detectiegrens. Zie: ondetecteerbaar.

lipoatrofie

Zie: lipodystrofie en mitochondriale toxiciteit.

lipodystrofie
Verandering van de verdeling van het vet over het lichaam.
Een bijwerking van proteaseremmers en nucleoside analogen.
Bij sommigen komt er vet bij op de buik, borsten en soms hoog achter op rug (buffalo hump).
Vet kan ook verdwijnen bij de armen, benen, billen, en in het gezicht. Het verdwijnen van vet wordt ook lipoatrofie genoemd.
Het bijkomen en verdwijnen van vet kan samen gaan, maar dat hoeft niet. Vetverplaatsing is dus een misleidende term.
Lipodystrofie kan samen gaan met een verhoogd vetgehalte (cholesterol, triglyceriden) in het bloed (hyperlipedemie).
Mogelijk houdt insulineresistentie en osteoporose (botontkalking) en verlaging van de testosteronspiegels ook verband met lipodystrofie. Zie ook: mitochondriale toxiciteit.
De uiting van de bijwerking kan van persoon tot persoon wisselend zijn. Bij de een komt er alleen vet bij, bij de ander verdwijnt er alleen vet, terwijl bij weer anderen beide gebeurt. Ook de mate van verhoging van het vetgehalte et cetera kan van persoon tot persoon wisselen.
Onbekend is nog wat de achterliggende oorzaken zijn. Mogelijk spelen meerdere factoren een rol: het gebruik van proteaseremmers, van nucleoside analogen en mogelijk de hiv-infectie zelf. Lees meer...

liposomaal
In vet verpakt. Sommige geneesmiddelen zijn in vet verpakt met als doel dat het middel beter terechtkomt op de plaats waar het nodig is en minder op plaatsen waar het niet nodig is. Met andere woorden: meer werking bij minder bijwerkingen.
Voorbeelden zijn liposomale amfotericine b (tegen ernstige schimmelinfecties) en liposomale daunorubicine of doxorubicine (tegen KS).

liquor
Hersenvocht.

listeria, listeriose
Infectie met listeria kan koorts, hoofdpijn, stijve nek en misselijkheid geven. De ziekte is hiv-gerelateerd, maar levert niet de diagnose aids op. Deze bacterie kan zitten in rouw vlees, gevogelte en vis. Listeria zit vaak ook in cannabis.

LLQ
Lower limit of quantification = detectiegrens. Zie: ondetecteerbaar.

LOCF
Zie bij: on treatment

LOD
Limit of detection = detectiegrens. Zie: ondetecteerbaar.

log
Wiskundige grootheid, net als kwadraat, wortel et cetera. 10Log is de macht van 10.
2 log = 102 = 100.
4 log = 104 = 10.000.
Een daling met twee log komt overeen met een daling met 99%, bijvoorbeeld van 100.000 (5 log) naar 1.000 (3 log).
Log-getallen met cijfers achter de komma: ,3 = 2x ,6 = 4x ,9 = 8x
5,6 log is dus: 100.000 x 4 = 400.000.

longontsteking
PCP is de belangrijkste hiv-gerelateerde longontsteking. Maar andere vormen longontsteking kunnen ook hiv-gerelateerd zijn. Als een hiv-positieve binnen een jaar twee keer of meer een longontsteking krijgt, dan krijgt hij de diagnose aids.

long term non progressor (LTNP)
Hiv-positieve die langer dan gemiddeld zonder behandeling geen hiv-gerelateerde klachten krijgt. Wie een LTNP is en wie niet is een kwestie van definitie. Vaak wordt een hiv-positieve pas een LTNP genoemd als hij of zij ook een praktisch normaal aantal CD4-cellen heeft en een lage viral load. Een chic woord voor LTNP is elite controller.

long term survivor (LTS)
Hiv-positieve die langer dan gemiddeld zonder medische behandeling in leven blijft. Wie een LTS is en wie niet is een kwestie van definitie.

lopinavir
Een hiv-remmer. Lopinavir wordt altijd gecombineerd met een beetje ritonavir. De capsules die de combinatie lopinavir + ritonavir bevatten heten Kaletra.

Low Density Lipoprotein (LDL)
Zie: cholesterol

LTNP
Long Term Non Progressor.

LTS
Long Term Survivor.

lymfadenopathie
Opgezette lymfeklieren.

lymfe(vocht)
Vocht in de lymfeklieren en lymfevaten.

lymfeklier
Kleine organen van het immuunsysteem, verspreid over het hele lichaam (met name onderarmen, de liezen, nek, borst en buik). De lymfeklieren zijn met elkaar en met de bloedvaten verbonden door lymfevaten. In de lymfeklieren vindt het grote gevecht tussen hiv en de afweer plaats. Daarom gaat hiv-infectie vaak gepaard met opgezette lymfeklieren. In trials worden soms biopten van lymfeklieren genomen, om te zien of de nieuwe behandeling ook daar effectief is.

lymfeweefsel
Het weefsel van lymfeklieren en het lymfesysteem.

lymfocyten
Een subgroep van de witte bloedcellen (leukocyten). Tot de lymfocyten behoren T-cellen (CD4-cellen en CD8-cellen), B-cellen en natural killer cellen.

lymfokine
Zie: cytokines.

lymfoom, maligne
Lymfeklierkanker. Een aantal soorten lymfomen zijn hiv-gerelateerd; hiv-positieven die dergelijke lymfomen krijgen, krijgen de diagnose aids.

lymfopenie = lymfocytopenie
Tekort aan lymfocyten.

lymph-
Zie: lymf-

Contact

Professionals kunnen met vragen en voor ondersteuning terecht via e-mail:
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

[ Copyright © 2013 Hiv Vereniging Nederland. ] Disclaimer | Colofon | Privacy | Inloggen