hivnieuws
Overzicht Hivnieuws 2001 - heden
- Gegevens
- 29 april 2013
- door Redactie Hivnieuws
Hivnieuws, het tweemaandelijks blad van de Hiv Vereniging, verschijnt sinds 1989. Leden ontvangen het automatisch, zie informatie over lidmaatschap/abonnement.
Algemeen colofon; Zie voor medewerkers de betreffende editie.
15 jaar Hivnieuws: hiv 1981-2004: Een historisch overzicht uit nr 90
Hivnieuwsen 2013
|
|
Hivnieuwsen 2012
|
nr 136 |
Hivnieuwsen 2011
Hivnieuwsen 2010
Hivnieuwsen 2009
Hivnieuwsen 2008
Hivnieuwsen 2007
Hivnieuwsen 2006
Hivnieuwsen 2005
Hivnieuwsen 2004
Hivnieuwsen 2003
Hivnieuwsen 2002
Hivnieuwsen 2001
Werkgevers en professionals blijven achterlopen
- Gegevens
- 26 juni 2012
- door Marleen Swenne
2e editie ‘Positief werkt’ verschenen
Eind juni verscheen de tweede druk van de gids Positief werkt. De eerste editie stamde uit 2006 en was inmiddels op vele punten achterhaald. Aanvankelijk zou de gids een eenvoudige update krijgen, maar al heel snel bleek het de moeite waard te zijn om ook nieuwe interviews op te nemen. In de afgelopen zes jaar is er genoeg veranderd - en helaas genoeg ook niet! - om een tweede geheel herziene druk te rechtvaardigen.
De gids is bedoeld om werkgevers, professionals en werknemers met hiv te informeren over hiv, rechten en plichten en mogelijkheden in verband met werk. Zes jaar geleden was de situatie van mensen met hiv over het algemeen anders dan tegenwoordig. Er waren relatief veel mensen die na een periode van ziek zijn weer aan het werk wilden; reïntegratie was een belangrijk onderwerp. Tegenwoordig is de vraag naar informatie over reïntegratie(mogelijkheden) afgenomen en ligt het accent veel meer op werken en aan het werk blijven met hiv. Voor werknemers met hiv is werken en aan het werk blijven eigenlijk veel minder een probleem dan voor werkgevers, leidinggevenden en soms zelfs ook bedrijfsartsen. Zij zijn vaak onvoldoende of slecht op de hoogte van de feiten en alle facetten van leven met hiv en kunnen af en toe nog knap rare ideeën hebben over mensen met hiv.
”Ik wil op mijn werk beoordeeld worden op mijn vakbekwaamheid en niet gezien worden als iemand met hiv.”
Nog veel te leren
Dat werkgevers nog heel wat te leren hebben bleek toen in mei 2011 het onderzoeksrapport verscheen van TNS-NIPO over hiv op de werkvloer. Daaruit kwam naar voren dat het merendeel van de leidinggevenden vindt dat een werknemer met hiv zijn hiv-status moet melden in een sollicitatiegesprek, terwijl dat alleen verplicht is, als je daardoor ongeschikt bent voor de functie. Ook vindt een ruime meerderheid van de leidinggevenden dat niet alleen de arbo-arts, maar ook personeelszaken, de direct leidinggevende en de directie moeten worden ingelicht over de hiv-status. Bijna de helft van de bedrijven heeft liever niet iemand met hiv in dienst en zal een werknemer met hiv minder snel een vast contract geven. Veel leidinggevenden tenslotte, hebben een irreëel beeld van de risico’s, zoals ziekteverzuim en infectierisico.
Adviezen staatssecretaris
Er is geen reden om aan te nemen dat dat nu, een jaar later, al veranderd is. Zo snel gaan die dingen niet. Gunstig is dat staatssecretaris De Krom (op dit moment demissionair) van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid vorig jaar juni reageerde op Kamervragen die naar aanleiding van het rapport waren gesteld. Hij adviseerde onder andere om mensen die menen dat zij op grond van hun hiv-status worden gediscrimineerd, dit voor te leggen aan de Commissie Gelijke Behandeling of aan de rechter. Ook wilde hij onderzoeken of het mogelijk is om meer aandacht te geven aan discriminatie op grond van hiv en jaarlijks overleg voeren met HVN, FNV en VNO-NCW over de verdere versterking van de positie van de werknemer met hiv.
Dreun
Gediscrimineerd wordt er soms zeker en het heeft dan ook zin om mogelijke discriminatie voor te leggen aan de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Deze deed begin dit jaar een uitspraak in de zaak van Gerrit, die solliciteerde naar een functie bij een zorginstelling en naar zijn mening werd gediscrimineerd tijdens de sollicitatieprocedure. Gerrit, die altijd open was over zijn hiv-status, werd in het gelijk gesteld, maar heeft een enorme mentale dreun gekregen van de hele geschiedenis.
”Iemand zei: ’De taak om andere mensen te informeren ligt bij onszelf, omdat wij weten wat leven met hiv inhoudt’. Die persoon had gelijk.”
Gemiddelde groep
De feiten uit het TNS-NIPO onderzoek zijn misschien schokkend voor mensen die goed op de hoogte zijn van leven met hiv, maar voor mensen die er eigenlijk weinig vanaf weten ligt dat anders - en dat is het grootste gros van de Nederlandse bevolking. Professionals in de arbowereld benadrukken steeds (en terecht) dat de gemiddelde bedrijfsarts of bedrijfsmaatschappelijk werker nog niet eens één keer in zijn loopbaan iemand tegenkomt die weet dat hij hiv heeft en dat ook bekend maakt. Zij verdiepen zich pas in het onderwerp als het aan de orde is, dus als er iemand met hiv op het spreekuur komt. Het TNS-NIPO onderzoek werd uitgevoerd onder een gemiddelde groep werkgevers, dus deze uitkomst is niet per se verbazingwekkend. Wel onthutsend is het feit dat mensen met hiv, als ze open zijn over hun hiv, al bij voorbaat geen normale kans lijken te krijgen om aan het werk te komen en te blijven.
Richtlijn
Naar aanleiding van het TNS-NIPO onderzoek is een expertisegroep hiv en werk in het leven geroepen, die zich inzet voor betere arbeidsmogelijkheden voor mensen met hiv. De expertisegroep nam het initiatief tot het samenstellen van de 'Multidisciplinaire Richtlijn Hiv en Arbeid', die eind maart werd gepresenteerd. Deze bijzonder uitgebreide richtlijn is specifiek geschreven voor zorgverleners en behandelt alle factoren die van belang zijn om werknemers met hiv zo goed en gewoon mogelijk te kunnen laten deelnemen aan het arbeidsproces. Mensen met hiv kunnen uitstekend functioneren in hun werk, toch kan hun situatie nog extra aandacht nodig hebben. Hoe en hoeveel hangt af van de specifieke situatie. Deze richtlijn geeft hiervoor vele aanbevelingen. De richtlijn moet nu door de betrokken beroepsverenigingen binnen hun deskundigheidsprogramma’s worden opgenomen. Ook de koepels van werkgevers en de vakbonden dienen de aanbevelingen over te nemen en met name de beeldvorming over werknemers en werken met hiv daadwerkelijk te verbeteren en te baseren op de actuelere data. Volgend jaar komt er in elk geval een digitale checklist beschikbaar voor werknemers met hiv, waardoor zij gemakkelijker aspecten van werken en hiv bespreekbaar kunnen maken bij hun verschillende zorgverleners, dus o.a. van huisarts tot hiv-behandelaar tot arbeidsdeskundige tot bedrijfsarts.
Eigen invulling
Positief werkt laat vooral ook mensen met hiv aan het woord. Het leuke aan deze gids, vergeleken met de eerste editie, is dat je nog duidelijker ziet dan zes jaar geleden hoe iedereen zijn eigen invulling geeft aan zijn of haar leven - en dus ook werken - met hiv. Hiv is een chronische ziekte, waar je over het algemeen goed mee kunt leven. Over het algemeen hebben de geïnterviewden weinig problemen om hun werk goed te doen, maar het is wel zo dat het merendeel van hen liever niet vertelt dat ze hiv hebben, omdat ze vervelende reacties verwachten. Inderdaad is voorzichtigheid bij het vertellen over de hiv-status nog steeds de norm, en dat is niet voor niets. Het lijkt voorlopig, gezien de onderzoeksresultaten en uit praktijkervaringen, nog niet echt handig om tijdens een sollicitatie volstrekt open te zijn over je hiv. Reacties op de werkvloer en van leidinggevenden kunnen ronduit onwetend en daardoor soms enorm kwetsend zijn. Omdat het er officieel, voor een goede uitoefening van het werk, niet toe doet of je hiv hebt of niet, adviseren de meeste mensen: niet zeggen.
”Ik heb het niet verteld op mijn werk. Ik heb er geen last van dat ze er zo raar denken over hiv. Het is hun probleem.”
Spagaat
Dit advies - 'zeg maar niets want het doet er niet toe' - veroorzaakt toch een vreemde situatie. Voor de een is het een ongemakkelijke spagaat, voor de ander doet het er niet zo toe en ook zijn er mensen die volstrekt open willen zijn en angstige of afwijzende reacties bij collega's pareren. De meeste mensen die open waren, zeggen dat ze weinig tot geen negatieve reacties hebben gekregen. Maar zij hadden over het algemeen al een vaste baan toen ze bekendmaakten dat ze hiv hadden, of ze werken in een organisatie waar men heel goed op de hoogte is van wat leven met hiv betekent.
Het omgekeerde kan ook gebeuren. Het overkwam Gerrit, die altijd open was gewest over zijn hiv en nooit problemen had ervaren, maar nu bij een sollicitatie werd afgewezen. Hij is veel voorzichtiger geworden en enorm gekwetst door de manier waarop hij werd behandeld. Vooral dat het zo onverwacht was, kwam hard aan.
In oor geknipt
Er komen ook mensen aan het woord die een eigen bedrijf hebben of zzp-er zijn. Zij hebben te maken met aparte regelingen en zijn helemaal zelf verantwoordelijk voor hun bedrijfsvoering. Het scheelt misschien een hoop gedoe van collega's, maar hier zijn weer klanten met wie rekening gehouden moet worden. De een zou het wel willen zeggen maar vindt die stap nog te groot, de ander is er vrij gemakkelijk in en dus open. Hoe de klanten reageren, hangt natuurlijk helemaal van af wat voor werk je doet. Een zelfstandige boekhouder zal weer andere reacties krijgen dat een timmerman of een kapper. In het laatste geval kun je maar net een klant treffen die, hoe irrationeel ook, bang is geïnfecteerd te worden als er (ik noem maar wat) in zijn oor geknipt wordt.
Weinig positief
Het zoeken van werkgevers of leidinggevenden die in Positief werkt over hun ervaringen wilden vertellen was een stuk moeilijker dan het zoeken naar mensen met hiv. Er is gezocht naar leidinggevenden of werkgevers die niet per se goed op de hoogte waren van leven met hiv, maar die op een positieve manier met hun werknemer omgingen. Dat die zo moeilijk te vinden waren zegt wel wat. Ten eerste dat inderdaad veel mensen met hiv het niet vertellen op hun werk. Ten tweede dat er blijkbaar weinig positieve verhalen zijn van de kant van werkgevers of leidinggevenden.
”Tegenwoordig herken ik de lichamelijke signalen sneller. Bepaalde dingen geven aan dat ik een stapje terug moet doen.”
Te positief?
Er was op de eerste editie van deze gids wel de kritiek dat de verhalen te positief zouden zijn, omdat er een te rooskleurig beeld werd gegeven van het leven en werken met hiv. Alsof het allemaal vanzelf zou gaan. Dat gaat het voor sommigen helemaal niet. Hoewel er in deze tweede editie weer vooral mensen aan het woord komen die geen problemen hebben met het werken op zich, is een terugkerend onderwerp wel het omgaan met al dan niet tijdelijk minder energie of met bijwerkingen van de medicatie. Sommigen passen hun uren aan hun energiewisselingen aan, anderen moeten zich door bijwerkingen van de medicatie een periode ziekmelden. Ook aan de ouder wordende mensen met hiv en eventuele afname van energie is aandacht besteed. Natuurlijk is er ruime aandacht voor regelingen en mogelijkheden om ondersteuning te bieden bij het goed uitoefenen van het werk.
Hiv bestaat niet
De verhalen in de gids zijn eigenlijk allemaal nog lang niet positief genoeg. Onwetendheid, angst en vooroordelen tieren nog welig, daar kunnen vrijwel alle betrokkenen over meepraten. Met welke houding, welke wapens, zou je dit tegemoet kunnen treden? Doen alsof je neus bloedt, niets zeggen, gedoseerd en verstandig langzaam maar zeker stapje voor stapje open zijn over je hiv, of vol de strijd aangaan? Mensen met hiv weten wel dat je geen hiv krijgt van een zoen of van het toetsenbord, maar hun collega's zijn misschien nog niet zover.
Op de werkvloer doet men, net als in het algemeen in de samenleving, alsof hiv niet bestaat, zo lang men er niet mee geconfronteerd wordt. En als het er dan wel is, lijkt het voor de onwetenden nog steeds even eng en vreselijk als ruim 25 jaar geleden. 'Men' weet er nog steeds niet mee om te gaan. Zo positief is dat nou ook weer niet.
De citaten komen uit de gids Positief werkt
Houd de regie in eigen hand: Ondersteuning bij zaken rondom werk
- Gegevens
- 01 maart 2013
- door Marleen Swenne
De Hiv Vereniging start een nieuw project voor mensen met hiv die vragen hebben over werk of daarbij ondersteuning zoeken. Een vast onderdeel is het spreekuur op iedere eerste maandag van de maand. Of het nu gaat om reïntegratie, aan het werk blijven, een beslissing van het UWV of over de WIA, zolang je vraag werkgerelateerd is, kun je er terecht.
We schrijven 2013. Economische crisis. Mensen worden geacht langer aan het werk te blijven, er wordt gekort op uitkeringen en uitkeringsperiodes. Instanties moeten efficiënter met hun geld omgaan en schrappen - bijvoorbeeld - begeleidingstrajecten.
De meeste mensen met hiv kunnen met goede medicatie prima blijven doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd. Werkgevers realiseren zich dat echter veel te weinig. Onder hen leven nog veel misvattingen en vooroordelen over hiv. Ook dat is 2013.
Niet op zijspoor
Ronald Brands, stafmedewerker van de HVN en initiatiefnemer van dit nieuwe onderdeel binnen het project ‘Positief werkt’: "Het uitgangspunt van dit project is: voorkomen dat iemand op onterechte gronden zijn werk verliest, of op een zijspoor komt te staan. Het moet bijvoorbeeld niet zo zijn dat zoiets gebeurt doordat je open bent over je hiv. Het aanbod van ondersteuning bij werk wordt dus uitgebreid. Het is raadzaam om - als dat kan - tijdig aan de bel te trekken en niet te wachten tot er echt problemen zijn".
| Mariana Mariana komt uit Nigeria. Ze zou vijf jaar geleden geopereerd worden. Bij het onderzoek ontdekte men dat ze hiv heeft. Ze werd vervolgens voor 80% arbeidsongeschikt verklaard. Maar ze wilde werken, want ze voelde zich goed. Ze kwam in contact met Erik Meijs, die haar hielp een horeca-opleiding te volgen, omdat ze een Afrikaans restaurant wilde beginnen. De opleiding werd gefinancierd door het UWV. Toen ze haar diploma had gehaald, wilde het UWV haar echter niet verder ondersteunen: het zou te zwaar zijn voor haar. Bovendien was het crisis in de restaurantwereld. Mariana, niet voor één gat te vangen, besloot samen met Erik Meijs haar koers te wijzigen. Ze werkte al vrijwillig in het buurthuis waar ze kleding repareerde, en had ontdekt dat ze daar talent voor had. Sterker nog: ze vond het erg leuk haar eigen kleding te ontwerpen; een mix van Afrikaanse en westerse stijlen. Opnieuw startte ze een opleiding, nu als mode-ontwerpster. Erik ondersteunt haar, zoekt uit wat mogelijk is en wat niet, helpt haar financiering te vinden. Mariana is vastbesloten: ze wil een winkel beginnen. "Het is toch wel duidelijk dat ik heel goed kan werken. Ik voel me helemaal niet ziek. Ik ben nu bezig met het opstellen van een bedrijfsplan. Daar word ik ook bij begeleid, want daar worden allerlei eisen aan gesteld. Ik ken niet alle manieren om werk te vinden en zeker niet om je eigen bedrijf te starten. Soms heb je hier rare regeltjes, daar begrijp ik dan weer niets van. Zonder advies en steun was ik zover nog niet gekomen." |
Traditie
De Hiv Vereniging heeft op dit gebied een traditie hoog te houden. In 1997, een jaar na de beschikbaarstelling van hiv-medicatie, werden er specifieke reïntegratietrajecten voor mensen met hiv gestart. Mensen die vaak jaren uit de running waren geweest, werden begeleid en ondersteund bij hun zoektocht naar werk. In 2011 stopten deze reïntegratietrajecten, maar dat betekende niet dat de vraag naar advies of begeleiding bij reïntegratie of andere zaken in verband met werk verdwenen was. Het accent is wel duidelijk verlegd: naast reïntegratie gaan de vragen steeds vaker over aan het werk blijven.
Breder aanbod
De Hiv Vereniging ontwikkelde daarom een nieuw aanbod in samenwerking met Karin de Graaff (de Graaff Loopbaanadvisering & Training) en Erik Meijs (bureau Intervu). Karin de Graaff was nauw betrokken bij de reïntegratietrajecten 'oude stijl' en heeft eveneens veel ervaring met het werken met mensen met hiv. Erik Meijs heeft vanuit Intervu veel ervaring met reïntegratie en loopbaanbegeleiding, waaronder ook met mensen met hiv.
Erik: "De hamvraag is: wat kan ik nu regelen om goed aan het werk te blijven? Werknemers moeten het krediet dat ze bij hun werkgever hebben, gebruiken. Daarom moet je er vroeg bij zijn. Iedereen moet zelf de regie in handen hebben en houden. Daar kunnen wij ondersteuning bij bieden. Wij weten de weg naar instanties en zijn op de hoogte van de mogelijkheden".
Karin: "En we denken mee over communicatie. Dat is heel belangrijk. Er heersen bijvoorbeeld nog ontstellend veel vooroordelen over hiv. Daar moet je maar mee kunnen omgaan. Een goede analyse van de situatie doet je sterker in je schoenen staan. Wat kun je aan en wat niet? Hoe ga je om met problemen? Als je die zaken op een rij hebt en de situatie kunt analyseren, kun je ook sneller actie ondernemen. Het is nooit goed om te wachten op die druppel die de emmer doet overlopen".
Voor iedereen
Iedereen die werk heeft of zoekt en daarbij advies wil, is welkom. Dat geldt natuurlijk ook voor zelfstandig ondernemers of zzp-ers. Het gaat er in deze beginfase vooral ook om, de vragen die nu bij de Hiv Vereniging binnen komen, te inventariseren en te kijken welke behoefte aan ondersteuning er is. Maar wie per direct ondersteuning nodig heeft, zal daarbij geholpen worden.
| Spreekuur bij de HVN: Iedere eerste maandag van de maand is Erik Meijs aanwezig bij de Hiv Vereniging tussen 11.00 - 13.00 uur. Dus kom gerust langs op bijvoorbeeld 4 maart, 8 april, (op 1 april – Pasen - is er geen spreekuur), 6 mei en 3 juni. Voor overige data zie de agenda op www.positiefwerkt.nl. Wie anoniem wil blijven kan altijd een telefonische afspraak maken: 020 6202122. |
Aantasting ontslagbescherming
- Gegevens
- 26 juni 2012
- door Peter J. Smit
De juridische bescherming bij ontslag wordt voor werknemers fors minder. Je doet er daarom goed aan om een rechtsbijstandsverzekering nemen. De tariefsverhogingen in juridische procedures zijn voorlopig wèl van de baan.
In Hivnieuws 135 schreef ik over het belang van een rechtsbijstandsverzekering voor mensen met een chronische aandoening. De plannen over het duurder maken van het voeren van juridische procedures van het inmiddels demissionaire kabinet Rutte zijn voorlopig van de baan. Maar er is een nog belangrijkere dreiging voor teruggekomen: de plannen om de juridische bescherming van werknemers tegen ontslag drastisch te verminderen. Ook worden vergoedingen bij ontslag tot maximaal achttien maandsalarissen beperkt. Het is daarom voor mensen met een baan nòg belangrijker geworden om een rechtsbijstandsverzekering te nemen waarin in elk geval ook modules van arbeidsrecht en sociaal recht zijn opgenomen.
Meer procedures verwacht
"Wijziging ontslagrecht leidt tot veel juridische procedures" kopte NRC Handelsblad bij een artikel hierover door drie juristen op vrijdag 29 mei 2012. Het Lenteakkoord van de Kunduzcoalitie stelt een zeer ingrijpende wijziging van het ontslagrecht voor. In plaats van de huidige twee ontslagmogelijkheden via het UWV of via ontbinding door de rechter komt er nu voor iedereen één ontslagroute met een verplichte 'hoorprocedure' door de werkgever. De mogelijkheid om het ontslag aan de rechter voor te leggen kan daarna alleen nog maar achteraf en niet meer van tevoren. Naast deze dramatische wending in de rechten van werknemers wordt dit in het akkoord ook nog gecombineerd met veel lagere ontslagvergoedingen. Nieuw is ook de verplichting voor werkgevers om de eerste zes maanden WW van de ontslagene te betalen. De juristen van het artikel stelden dat het zal leiden tot juist meer procedures en meer rechtsongelijkheid tussen de burgers. Het wetsvoorstel dat demissionair minister Kamp van Sociale Zaken onlangs aan de ministerraad heeft voorgelegd voorziet wel in een aanvullende ontslagvergoeding. Die is echter aanzienlijk lager dan de huidige regelgeving toestaat.
WW en werkgevers
De achterliggende gedachte bij de plannen is dat als het voor werkgevers makkelijker wordt mensen te ontslaan, het ook gemakkelijker zal zijn om werknemers aan te nemen omdat ze niet meer zo zwaar beschermd worden. Door een hervorming van de WW moeten werkgevers nu zes maanden WW gaan betalen van de ontslagen werknemers. Daarnaast krijgen werkgevers er gedwongen belang bij hun werknemers te ondersteunen bij het vinden van nieuw werk. De ontslagbescherming die je als werknemer nu hebt wordt ingeruild voor een hoorprocedure binnen je bedrijf zelf, met de mogelijkheid om achteraf alsnog naar de rechter te gaan. Dat laatste is niet heel gunstig, want de rechter kan er dan eigenlijk wel vanuit gaan dat door emoties en de procedure de verhouding tussen werkgever en werknemer verstoord is. En dan moet de rechter het ontslag toch toewijzen. Hiv-positieven, en andere chronisch zieken, lopen daarbij in veel gevallen wel een extra risico. Uit het artikel van Marleen Swenne vanaf pagina 3 in dit nummer over de nieuwe brochure ‘Positief werkt’ blijkt dat de situatie voor hiv-positieven op de werkvloer lang niet altijd makkelijk is. Hiv-positieven van wie de hiv-status op het werk bekend is, lopen bij reorganisaties en ontslagrondes een extra risico. Door onkunde, vooroordelen en het nog steeds breed levende stigma rondom hiv kunnen zij niet altijd op evenveel clementie en begrip rekenen van werkgevers als werknemers waarvan kan worden aangenomen dat zij geen hiv hebben.
Veel lagere ontslagvergoeding
Met name oudere werknemers worden nu nog door de bestaande ontslagbescherming beschermd. De oudere werknemer wordt de verliezer in het Lenteakkoord, stelde Trouw op 25 mei 2012. Alle werknemers krijgen voor het helpen bij het vinden van een nieuwe baan een variërend bedrag met een maximum van zes maandsalarissen. Dat bedrag moet worden ingezet voor scholing bij het vinden van die nieuwe baan. De WW wordt ook veranderd. De WW wordt nooit meer dan ongeveer 3.000 euro bruto per maand. Dat wordt niet meer aangevuld tot het laatstverdiende loon als dat hoger is. De duur van de WW was al eerder teruggebracht tot uiterlijk 38 maanden. De eerste zes maanden daarvan moet de werkgever dus nu gaan betalen. Weliswaar is het de bedoeling dat werkgevers hun werknemers gaan begeleiden naar ander werk, maar de arbeidsmarkt voor 55-plussers is erg slecht. Slechts 2 procent van hen vindt nu na ontslag nog een nieuwe baan.
De ontslagvergoeding nu is meestal gebaseerd op het aantal gewerkte jaren en een factor die te maken heeft met de reden van het ontslag. Als dat niet verwijtbaar is voor de werknemer en deze lang in dienst is en bijvoorbeeld ruim boven de 50, kan het nu zo zijn dat een werknemer na 15 of 20 jaar trouwe dienst circa 2 tot 2,5 bruto jaarsalarissen als ontslagvergoeding kon krijgen. De werkgevers hoeven nog slechts een half maandsalaris per gewerkt dienstjaar te vergoeden met een maximum van 18 maandsalarissen. Van dat bedrag moeten echter 6 maandsalarissen worden ingezet om nieuw werk te vinden voor de werknemer; scholing en cursussen die voor het vinden van een nieuwe baan nodig zijn, moeten hieruit worden betaald door de werknemer.
Juridische procedures
Hoewel het er op lijkt dat voor arbeidsrechtadvocaten en kantonrechters een deel van hun werk hiermee gaat verdwijnen, betekent dat niet dat er minder procedures hoeven te komen. Het ontbindingsverzoek bij de kantonrechter maakt plaats voor een relatief simpel lijkende hoorzitting bij het bedrijf waar geen juristen aan te pas hoeven komen. Het valt echter te voorzien dat druk vanuit een werkgever op werknemers die hij kwijt wil in zo’n procedure groter zal worden. En alleen achteraf kunnen werknemers hun ontslag aanvechten en mogelijk ook hun baan terugeisen als zij naar de rechter gaan. De werksfeer zal dan meestal al behoorlijk verziekt zijn en dan gaat de kantonrechter toch tot ontbinding over. Eventueel kunnen mensen alsnog schadevergoeding gaan eisen. Daar laat het akkoord zich nog niet over uit, maar die mogelijkheid is nu nog uitdrukkelijk aanwezig. Werknemers kunnen, volgens Trouw, het beste daarom goede contracten gaan sluiten, of de huidige arbeidscontracten laten aanpassen, met hun werkgever, eventueel met behulp van een advocaat waarin alvast een ontslagvergoeding wordt afgesproken. Je kunt voorzien dat werkgevers hier natuurlijk niet op zitten te wachten. Het is verstandig dat te doen als er nog geen vuiltje aan de lucht is. En het is verstandig om je hierbij goed door een advocaat, bijvoorbeeld een specialistische advocaat van een rechtsbijstandsverzekering, te laten bijstaan. Aarzel dus niet meer, en sluit een rechtsbijstandverzekering af.
Hiv in de verkiezingen
- Gegevens
- 06 september 2012
- door Marleen Swenne
Het is verkiezingstijd. Hot items zijn de langstudeerboete, Europa, en de crisis. En ook over ons zorgstelsel wordt gediscussieerd. Maar wat denken de politieke partijen over het hiv- en aidsbeleid? We legden de belangrijkste partijen hierover een aantal vragen voor. 50PLUS, CDA, ChristenUnie, D66, GroenLinks, PvdA, SGP, SP en de VVD gaven schriftelijk antwoord. De PVV, ook uitgenodigd, gaf aan andere zaken prioriteit.
Alle partijen werd gevraagd of ze zich ervan bewust waren dat ook in ons land de kennis over hiv, evenals de acceptatie van mensen met hiv niet altijd even groot is. Zonder uitzondering zeiden zij zich dit te realiseren en natuurlijk keurden zij dat af. Over het algemeen zien de partijen voorlichting en goede informatie als de remedie. De ChristenUnie pleit daarnaast vooral voor een betere positie voor mensen met arbeidsbeperkingen: "Wie kan werken, krijgt kansen”.
De VVD beschouwt gerichte voorlichting, met name aan jongeren, als een overheidstaak. "Dan gaat het om zaken als alcohol-, tabak- en drugsgebruik, maar ook om voorlichting over voeding en een gezonde levensstijl." Over specifieke hiv-voorlichting rept de partij niet.
Hiv-preventie
De vraag naar het standpunt omtrent hiv-preventie was gedeeltelijk een stelling:
"Het demissionaire kabinet doet niet aan ziektepreventie, laat staan aan hiv-preventie. Wat is uw standpunt omtrent hiv-preventie?"
De VVD is duidelijk in haar wiek geschoten: "De stelling is pertinent onjuist. Dit kabinet geeft juist meer uit aan preventie dan het vorige kabinet deed. Zo wordt er tegenwoordig actief gescreend op darmkanker”. Voor deze partij valt goede voorlichting - die zij eerder als overheidstaak aanmerken - kennelijk niet onder preventie.
Alle partijen vinden op hun eigen manier preventie belangrijk, omdat goede preventie ziektes kan voorkomen en kostenbesparend kan zijn. Het CDA legt hierbij de nadruk op voorlichting en informatieverstrekking, D66, GroenLinks en de Partij van de Arbeid maken van de gelegenheid gebruik om te benadrukken dat het kabinet Rutte te weinig heeft gedaan op het gebied van ziektepreventie. Voor D66 is preventie één van de prioriteiten van het gezondheidsbeleid: "D66 heeft ervoor gezorgd dat voorlichting over seksualiteit (inclusief seksueel overdraagbare aandoeningen) op alle scholen wordt verplicht”.
Ook GroenLinks klopt zich op de borst: "GroenLinks heeft zich ervoor ingezet dat seksuele gezondheid een speerpunt blijft van het gemeentelijke GGD-beleid. Hiv-preventie valt daar natuurlijk onder”.
Het meest uitgebreid antwoorden PvdA, SP en ChristenUnie. De PvdA vindt dat preventie van hiv en soa's meer prioriteit moet krijgen en bekritiseert de regering, die de verantwoordelijkheid voor seksuele gezondheidszorg heeft verschoven naar de gemeenten, met meer taken, minder geld en zonder enige controle of regie. De PvdA wijst erop dat het nog steeds bestaande taboe op hiv, goede preventie en zorg bemoeilijkt: "Er moeten meer middelen ingezet worden om hoog risicogroepen te benaderen en te testen en het taboe op praten over hiv en veilige seks te doorbreken”.
In haar verkiezingsprogramma stelt de SP dat preventie, dus ook hiv-preventie, moet worden opgenomen in het basispakket van de verzekering. De partij bepleit verder vooral een tijdige voorlichting. "Kinderen moeten worden voorgelicht over veilig en verantwoord vrijen. Het onderwerp moet voor de ouders ook bespreekbaar zijn en blijven. Als zij daar hulp bij nodig hebben dan moet die beschikbaar zijn."
De ChristenUnie ziet preventie als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de overheid, de wetenschap en het bedrijfsleven. Seksueel welzijn is voor hen onderdeel van het preventiebeleid, maar zij vinden dat de aandacht niet alleen bij veilig vrijen moet liggen, maar dat ook gewezen wordt op het (gezondheids)belang van uitstel van het eerste seksuele contact en het vermijden van wisselende seksuele contacten. De SGP gaat nog een paar stappen verder en stelt: "Er moet vooral aandacht zijn voor onthouding voor het huwelijk en trouw in het huwelijk”.
Hiv-behandeling: niet meer geconcentreerd in hiv-behandelcentra?
De partijen werd gevraagd of de hiv-behandeling onder de Wet Bijzondere Medische Verrichtingen (WBMV) moet blijven vallen. Kiezen voor de WBMV betekent dat de behandeling geconcentreerd blijft in hiv-behandelcentra, de behandeling uit de WBMV halen betekent dat de behandeling mogelijk ook door andere centra kan worden aangeboden.
50PLUS bepleit maatwerk en spreekt zich hierover dus niet expliciet uit. De andere partijen benadrukken de kwaliteit van de hiv-zorg. De meeste wijzen daarbij op de kwaliteitseisen en richtlijnen die hiervoor zijn opgesteld en de controlerende rol van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Toch zijn er verschillen in de benadering van dit onderwerp.
D66, ChristenUnie en GroenLinks kiezen niet voor het een of het ander, maar bedenken hun eigen invulling. D66 wil dat de hiv-zorg zo dicht mogelijk bij patiënten wordt georganiseerd en pleit daarom voor nieuwe vormen van zorginstellingen tussen de eerste en tweede lijn in, waarmee specialistische zorg dichter in de buurt aanwezig is. Behalve aan de kwaliteitseisen hechten zij ook veel waarde aan "de input van patiënten”.
De ChristenUnie ziet het anders: “Gebruikelijke zorg kan dichtbij georganiseerd worden en specialistische zorg dient geconcentreerd te worden. Ziekenhuizen en poliklinieken in Nederland kunnen zich specialiseren of in aantal teruggebracht worden om kosten te besparen. Maar kleinere ziekenhuislocaties die essentieel zijn voor de bereikbaarheid van basiszorg en/of acute zorg blijven gehandhaafd”.
GroenLinks wil dat de zorg "(...) laagdrempelig, dichtbij en toegankelijk is. Ten aanzien van hiv is het belangrijk dat huisartsen en andere betrokken hulpverleners goed geschoold zijn en weten wat nodig is”.
CDA en SGP zijn uitgesproken: haal de hiv-behandeling uit de WBMV. PvdA en SP nemen het tegenovergestelde standpunt in: hiv-behandeling moet in de WBMV blijven. Daarbij is de SP het meest uitgebreid in haar antwoord: "Hiv is nog altijd een dodelijk virus, tenzij levenslang wordt behandeld met een beperkte combinatie van geneesmiddelen, die bovendien tot ernstige complicaties kunnen leiden. Bovendien ligt marktwerking op de loer als hiv-zorg uit de WMBV wordt gehaald. De SP wil niet dat winst maken en concurrentie centraal staan, want dat maakt de zorg juist duurder en gaat ten koste van de kwaliteit en van de zorg voor de patiënt”.
Op de vraag of de financiering van hiv-remmers moet worden overgeheveld van het GVS naar het ziekenhuisbudget, antwoordden de partijen in grote lijnen hetzelfde: dit moet zorgvuldig gebeuren en de patiënt mag er niet de dupe van worden. Niet alle partijen lijken er trouwens van overtuigd dat dit werkelijk een kostenbesparing oplevert.
Vreemdelingenbeleid
Het komt regelmatig voor dat de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) een hiv-positieve asielzoeker terugstuurt omdat in het land van herkomst hiv-medicatie verstrekt zou worden. Dit besluit is dan gebaseerd op het ambtsbericht over de situatie in dat land. In verschillende landen wordt inderdaad hiv-medicatie verstrekt, maar is deze niet regelmatig te verkrijgen of veel te duur, zodat daar geen sprake kan zijn van een goede hiv-behandeling. De partijen werden gevraagd hierop te reageren.
50PLUS belooft "deze kwestie nauwlettend (te) volgen”. CDA en VVD hebben ieder hun eigen redenering om dit probleem ongemoeid te laten.
CDA: "Aanwezigheid van medische voorzieningen is uiteraard iets anders dan de bereikbaarheid ervan. Dit laatste is echter geen criterium bij de beoordeling van ‘medische vreemdelingen’. Als bereikbaarheid als criterium zou gaan gelden, zou dit betekenen dat velen naar Nederland komen voor een verblijfsvergunning voor medische behandeling”.
VVD: "Het asielstelsel is niet bedoeld ter compensatie voor de lacunes in de gezondheidszorg elders in de wereld. Hanteren we (deze internationale afspraak) niet, dan zou elke bewoner van een land waar de gezondheidszorg slechter is een enkeltje Nederland kunnen boeken en zouden wij zorg moeten bieden. Dat is natuurlijk onmogelijk. Bovendien brengt dat het draagvlak in gevaar voor de opvang van échte asielzoekers”.
De andere partijen pleiten zonder uitzondering voor een betere beoordeling van de situatie in het land van herkomst en stellen dat iemand die niet goed behandeld kan worden, niet mag worden teruggestuurd.
PvdA: "Gezien de belangen voor de asielzoeker, is het van het grootste belang dat de ambtsberichten inhoudelijk juist en ook up to date zijn. Zolang daarover onzekerheid is, moeten hiv-positieve asielzoekers niet worden uitgewezen”.
D66: "Bij beoordeling van terugkeer moet de toegankelijkheid tot medische zorg in het land van herkomst nadrukkelijker worden meegenomen. Indien sprake is van onaanvaardbare medische risico’s, dan dient een asielzoeker niet te worden uitgezet”.
GroenLinks vindt dat per persoon moet worden gekeken of de juiste medicijnen voor die persoon verkrijgbaar zijn. Ook de ChristenUnie is van mening dat de asielzoeker in het land van herkomst daadwerkelijk toegang moet hebben tot zorg en niet slechts in theorie.
De SP: "De situatie vinden we schandalig. De IND gaat alleen uit van een papieren werkelijkheid en kijkt niet of iemand feitelijk toegang heeft tot de benodigde medische zorg. Het kan dan inderdaad gaan over zorg en medicijnen die van levensbelang zijn”.
Ontwikkelingssamenwerking
Ten slotte kregen de partijen de volgende vraag voorgelegd: "Komen door de huidige bezuinigingen de hiv- en aidsprogramma's in het kader van ontwikkelingssamenwerking in de verdrukking? Hoe ziet u in dit kader de beleidsvoornemens ten aanzien van hiv?"
"Integendeel," antwoordt de VVD, die wil dat het Nederlandse beleid op het gebied van ontwikkelingssamenwerking meer wordt gericht op thema’s waar Nederland toegevoegde waarde kan leveren: "Naast watermanagement en landbouw denken we daarbij specifiek ook aan aidsbestrijding”.
Ook het CDA sluit zich aan bij het door het kabinet Rutte gevoerde beleid: "Samen met seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) vormt bestrijding van hiv/aids daarin een van de vier speerpunten”.
De SGP vindt dat er aandacht moet blijven voor de aidsproblematiek. Zij zien hierbij een rol weggelegd voor de ‘faith based’ organisaties en kerken, "omdat ze een sleutelpositie innemen in preventie en de zorg voor aidspatiënten”.
50PLUS benadrukt niet te willen bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking; de andere partijen beamen dat door de bezuinigingen veel beleidsvoornemens voor ontwikkelingssamenwerking in de verdrukking zijn gekomen. En dus ook die voor hiv- en aidsprogramma’s.
De ChristenUnie wil zich in de toekomst in het bijzonder blijven inzetten voor de aidswezen.
Volgens D66 zal Nederland zich sterk moeten maken voor een betere toegang tot anticonceptie, voor seksualiteit en jongeren, voor betere SRGR-zorg en gemarginaliseerde groepen. D66 wil dat de Verenigde Naties seksuele rechten – net als reproductieve rechten – accepteert.
GroenLinks draait in haar verkiezingsprogramma de bezuinigingen terug. "Juist omdat anticonceptie en aidsbestrijding te veel gepolitiseerd is in andere landen, moet Nederland hier steviger op inzetten. Ook moet Nederland zich hard maken voor eerlijkere handelsverdragen om de toegang tot medicatie in ontwikkelingslanden te verbeteren."
Voor de PvdA is het onacceptabel om verder te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. De PvdA wil dat Nederland actief bijdraagt aan het promoten van toegang tot gezondheidszorg in ontwikkelingslanden, dus ook toegang tot hiv-zorg. Preventie vinden zij minstens zo belangrijk.
De SP geeft aan dat de Nederlandse uitgaven aan het wereldwijde fonds tegen hiv/aids, malaria en tuberculose dalen van 90 naar 55 miljoen euro. "Heel jammer, want het fonds is bewezen effectief. De voornemens van het demissionaire kabinet ten aanzien van hiv/aids zijn op papier niet slecht. Maar er wordt door de bezuinigingen geen boter bij de vis gedaan zodat het toch een beetje loze woorden blijven. Je kunt je wel voorstellen wat het betekent voor hiv- en aidsprogramma’s als de VVD haar zin krijgt en het totale budget voor ontwikkelingssamenwerking met nog eens 75% wordt gekort. Dan blijft er nauwelijks nog iets over."
Lees hier het totaaloverzicht van alle voorgelegde vragen en de antwoorden daarop.
Hiv-positieven als orgaandonor
- Gegevens
- 23 april 2012
- door Kees Rümke
In Zuid-Afrika kunnen hiv-positieven al sinds 2008 orgaandonor zijn voor andere hiv-positieven. In de VS stelde de hoogleraar Dorry Segev vorig jaar voor dat in dat land hiv-positieven ook donor kunnen worden. De wachtlijsten voor organen zouden bij hiv-positieven zo in een klap weggewerkt worden en zo worden indirect de wachtlijsten voor hiv-negatieven verkort. Zie ook het artikel in Hivnieuws 131.
De Hiv Vereniging heeft de Nederlandse Transplantatie Stichting daarop gevraagd hoe dat in Nederland zit. De Stichting gaf aan dat ze de discussie bij Eurotransplant wil afwachten. Eurotransplant discussieert over een protocol volgens welke hiv-positieven onder voorwaarden als donor kunnen worden geaccepteerd. De exacte inhoud van dat protocol is nog niet openbaar. Navraag bij Eurotransplant leerde ons dat het bestuur het protocol heeft goedgekeurd, maar dat er nog meer stappen moeten worden gezet. Het gaat daarbij zowel over politieke als technische zaken. Het is dus te verwachten dat in de loop van dit jaar hiv-positieven orgaandonor kunnen worden, voor andere hiv-positieven. We zullen daar dan melding van maken. Voor hiv-positieven die een orgaantransplantatie moeten ondergaan heeft het een gunstig gevolg. Het nieuwe protocol kan leiden tot kortere wachttijden.
Contact
Hiv Vereniging Nederland
Eerste Helmersstraat 17
1054 CX AMSTERDAM
020 6160 160
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
>> routebeschrijving
Steun ons!
Word lid en krijg Hivnieuws tweemaandelijks in je bus
>> lees meer informatie![]()
Online doneren kan ook
>> Klik hier
Servicepunt
020 689 25 77
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Voor vragen over leven met hiv, onderling contact en de Hiv Vereniging Nederland
Te bereiken op ma-di-do-vr van 14.00 tot 22.00 uur
>> lees verder
Nieuwsbrief
Sponsors website









































